
Als geschiedenisstudent in de jaren ’80 van de vorige eeuw kon je vrijwel niet om Marx en het marxisme heen, ook al was het ‘neomarxisme’ toen al op zijn retour. Wie Marx, marxisten of studies over het marxisme las kwam dikwijls de naam van Ludwig Feuerbach (1804-1872) tegen maar dan hooguit als passant wiens denken vruchtbaar werd genoemd maar ook als overwonnen werd beschouwd. Feuerbach als voorloper, vrijwel niet als zelfstandig denker. Nu is – in een mooi verzorgde uitgave – in boekvorm bij uitgeverij Damon de vertaling verschenen van wat wel als zijn hoofdwerk wordt beschouwd, Het wezen van het christendom (1841). Feuerbach hamert daarin consequent, zij het soms in wat moeizaam proza, op die ene plaat: theologie is antropologie. Zo de mens, zo zijn God. Het was een wat oneigentijds boek in die romantische 19e eeuw, die juist een terugkeer van de Middeleeuwen en het daarin bloeiende christendom te zien gaf.
Lees verder









