Tegen de karikatuur van een tijdperk: Jabik Veenbaas’ briljante boek ‘De Verlichting als kraamkamer’

Het boek verscheen al in 2013, stond het jaar daarop op de nominatie van de Socrateswisselbeker, maar was mij tot dusver ontgaan: De Verlichting als kraamkamer van filosoof en vertaler Jabik Veenbaas. En daar miste ik wat aan, want wat een geweldig boek heeft Veenbaas geschreven. Hij sluit naadloos aan in de rij van de grote Verlichting-interpreten als Peter Gay, Norman Hampson en Isaiah Berlin. Veenbaas schetst een zeldzaam evenwichtig portret van een tijdperk waarvan tegenwoordig een karikatuur wordt gemaakt, als zouden de Verlichtingsfilosofen primitieve rationalisten zijn, die eenvoudig geloofden in een maakbare samenleving en zo verantwoordelijk waren voor de totalitaire dictaturen in de twintigste eeuw. Veenbaas toont overtuigend aan dat de meeste ‘Verlichters’ juist teleurgesteld waren in het optimistische rationalisme dat hun 17e-eeuwse voorgangers kenmerkte.

Lees verder

‘Vriend en vijand, ze weten niet, wat ze aan hem hebben’. J.G. Bomhoff als eigentijds criticus van S. Vestdijk

Deze zomer verdiepte ik me in S. Vestdijk. Voor zover mogelijk moet daar direct aan worden toegevoegd want de man heeft zoals bekend verbluffend veel geschreven. Vestdijks productie riep ontzag op bij een vriend als de prins der dichters A. Roland Holst, die een kwatrijn schreef dat eindigde met de befaamde regel: ‘O, Gij, die sneller schrijft dan God kan lezen!’. Hugo Brandt Corstius en Maarten ’t Hart gaven hun briefwisseling over Vestdijks 52 (!) romans de titel ‘Het gebergte’ om uitdrukking te geven aan hun ontzag voor zijn productie. En beroepsbiograaf Wim Hazeu canoniseerde de bewondering voor de tovenaar uit Doorn in zijn boeiende Vestdijk-biografie uit 2005. Daarin wordt wat minnetjes gesproken over eigentijdse critici van Vestdijk. Terwijl er een criticus was in de persoon van J.G. Bomhoff, die vragen stelde aan het schrijverschap van Vestdijk die ook nu nog actueel zijn.

Lees verder

Theoloog Hans Jansen en het misverstand: een terugblik op ‘Christelijke theologie na Auschwitz’

Op 8 mei jongstleden stierf de theoloog Hans Jansen (1931-2019). Hoewel er in de christelijke pers en ook in de Volkskrant beknopte necrologieën verschenen, werd nergens echt op zijn werk ingegaan. Terwijl vooral zijn driedelige studie Christelijke theologie na Auschwitz, die in de jaren tachtig van de vorige eeuw tot veel discussie leidde in christelijke kring, terugblikkend toch enige overweging verdient. Het boek heeft grote verdiensten omdat het uitputtend laat zien hoe anti-judaïstisch christelijke theologen voor én na Auschwitz waren. Maar het is ook een problematisch boek, niet alleen omdat het wemelt van de slordigheden en onhoudbare historische parallellen maar ook omdat het uitgaat van een aanname die geen steun vindt in de werkelijkheid: dat ‘het volk van Israël’, zoals het in de Bijbel heet, ‘Gods uitverkoren volk’ zou zijn.

Lees verder

Sartre, Zuidema en de slag om de secularisatie

Alweer ruim een decennium geleden (in 2012) promoveerde een goede collega van me aan de Vrije Universiteit tot doctor in de historische wetenschap. Na afloop van die gelegenheid was er, zoals te doen gebruikelijk, een promotiediner. Ik dacht na over een cadeau en besloot dicht bij mezelf te blijven en de biografie van de Franse schrijver en filosoof Jean Paul Sartre (1905-1980) te geven, geschreven door Annie Cohen-Solal. Dat boek verscheen in 1985 in een Nederlandse vertaling en werd een groot succes, niet alleen omdat de herinnering aan de schrijver nog vers was, maar ook en vooral dankzij het charmante optreden van de biografe in het destijds vermaarde boekenprogramma van Adriaan van Dis.

Lees verder

De Nederlandse geschiedschrijving heeft nooit afscheid van domineesland genomen

Dezer dagen las ik Bouwmeesters en zedenmeesters. Geschiedbeoefening in Nederland tussen 1830 en 1870 van historicus Pieter Huistra. Hoewel goed geschreven is het geen meeslepend boek en blijven de beschreven personen je niet altijd bij. Desondanks is het een belangrijk boek omdat het inzicht biedt in een wereld die goeddeels in de vergetelheid is geraakt. Als het Huistra’s ambitie was de lezer dichtbij de negentiende eeuw te brengen, dan is hij daar met glans in geslaagd. Het gaat over de plaats van geschiedenis in het nieuwbakken Koninkrijk der Nederlanden in de negentiende eeuw en om de waardering van haar voorgeschiedenis. Huistra belicht (amateur)historici die zich gewetensvol met dat turbulente verleden verstonden. Hun thema had een lange adem: tot ver in de twintigste eeuw zou Nederlandse geschiedschrijving voornamelijk nationale geschiedschrijving blijven met een sterk morele inzet. Opmerkelijk: werd in de negentiende eeuw gezocht naar de grootte van de Nederlandse geschiedenis, nu ligt het vergrootglas op de laakbaarheid van het land, zoals de jongste discussie rond de canon laat zien.

Lees verder

Van dingen die kennelijk nooit voorbij gaan: over de merkwaardige aantrekkingskracht van totalitair denker Leo Trotski

Dezer dagen stuitte ik via internet bij toeval op het overlijden van ene Karel ten Haaf (1962-2019), die op 17 mei jongstleden het tijdelijke met het eeuwige verwisselde. Ik had nog nooit van Ten Haaf gehoord. Hij schijnt een schrijver te zijn geweest, over wiens literaire werk ik geen oordeel kan vellen. Mijn aandacht werd getrokken door iets anders: deze Ten Haaf, zo bleek uit necrologieën, beschouwde zichzelf als ‘Trotskist’ en zou over de Russische revolutionair Leo Trotski (1879-1940, foto) een van de grootste boekenverzamelingen van Nederland hebben opgebouwd. Niet uit zuiver historische belangstelling maar omdat hij Trotski anno 2019 nog altijd als een lichtend voorbeeld beschouwde. En dat terwijl Trotski zich na zijn beslissende bijdrage aan de Russische Revolutie ontpopte als een politiek warhoofd die zijn tijd niet meer begreep, zoals tijdens zijn leven en na zijn dood door verschillende auteurs al lang is aangetoond.

Lees verder

Waarom de vrolijke wetenschap niet altijd even vrolijk is: Gerard Aalders’ memoires ‘Het Instituut’ nader beschouwd

Historicus Gerard Aalders publiceerde onlangs zijn memoires onder de titel Het Instituut. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie als speelbal van Den Haag en koningshuis. Hoewel de titel een speelse verwijzing is naar de zevendelige literaire serie Het Bureau van J.J. Voskuil zijn de verschillen groter dan de overeenkomsten. Aalders heeft geen literaire pretentie en zijn hoofdpersonages zijn niet versleuteld maar worden met naam en toenaam genoemd. Hij beschrijft tot in detail over zijn jaren (1993-2010) op ‘de oorlog’, zoals het NIOD door medewerkers in de wandelgangen genoemd werd. Zijn verhouding met zijn leidinggevenden verslechterde gaandeweg en hij kreeg meermalen een spreekverbod opgelegd omdat hij onwelgevallige dingen zei en schreef. Zijn boek stemt tot nadenken: allereerst over de lange schaduw van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, dan over de vrijheid van meningsuiting in de wetenschap en ten slotte over de verschillende soorten verantwoordelijkheden die betrokkenen hadden.

Lees verder

Hoe Brutus en Volkert van der Graaf tevergeefs trachtten de loop van de geschiedenis te wijzigen

Dezer weken las ik het voortreffelijke boek Brutus. De nobele samenzweerder, geschreven door de Britse historica Kathryn Tempest. Een geweldig boek dat de vraag oproept of het alleen nobele idealen waren die Brutus bezielden. De ondertitel ten spijt geeft Tempest op die vraag geen eenduidig antwoord. Ze houdt het erop dat Brutus voor altijd wel een raadsel zal blijven. Zelf vermoed ik dat ‘koningsmoordenaars’ nooit alleen door nobele idealen worden gedreven. Vrijwel altijd lijken er duistere motieven mee te spelen, zoals afgunst op het charisma en de aandacht die de aanzienlijken en machthebbers genieten. Ik moest bij het lezen van Brutus onweerstaanbaar denken aan Volkert van der Graaf, de moordenaar van Pim Fortuyn, die zich tijdens zijn rechtszaak beriep op hooggestemde idealen, maar die – zelf gespeend van ieder charisma – vooral jaloers lijkt te zijn geweest op het onmiskenbare charisma van Fortuyn. Hoeveel verschillen er ook tussen Brutus en Van der Graaf zijn aan te wijzen, ze hadden dit gemeen: ze wisten de loop van de geschiedenis niet te veranderen.

Lees verder

Alles moet anders: de illusies van Thierry Baudet en van (eens) communistische babyboomers

Na zijn daverende verkiezingsoverwinning bij de Provinciale Statenverkiezingen hield Thierry Baudet een inmiddels veelbesproken overwinningsspeech, waarin hij zich met een verwijzing naar ‘de uilen van minerva’ wilde laten gelden als intellectueel. Een intellectueel die weliswaar zei te geloven in de Westerse beschaving, maar die tegelijk de noodklok luidde. Een ‘wedergeboorte’ zou nodig zijn. Hij en zijn partij zouden ‘naar het front’ geroepen zijn om…ja, om wat? Om alles anders te doen. Heeft deze historicus dan de recente geschiedenis niet paraat? In 1991 verscheen een intrigerend boek onder de titel Alles moest anders. Het onvervuld verlangen van een linkse generatie. Daarin vertellen ex-communistische babyboomers over hun vergeefse streven naar een radicaal andere wereld. Had Baudet dat boek gelezen dan had hij op verkiezingsavond 20 maart niet zulke grote woorden gebruikt

Lees verder

Franz Kafka, een schrijver voor allen en voor niemand

Om de zoveel tijd word ik helemaal in beslag genomen door het werk van Franz Kafka. Ik herlees het een en ander van zijn altijd fascinerende werk, onder meer de onvoltooid gebleven roman Het proces. Lezing – voor het historisch radioprogramma OVT van de VPRO – van het voortreffelijke boek Kafka’s laatste proces. De strijd om een literaire nalatenschap van de Israëlische auteur Benjamin Balint in februari 2019 was ditmaal de aanleiding. Dat boek had de schrijver weer helemaal bij me teruggebracht. Kafka, die in 1924 stierf, kreeg niets mee van de roem die zijn werk ten deel zou vallen. In Nederland werd het werk voor de Tweede Wereldoorlog ontdekt door een enkele theoloog (K.H. Miskotte) en enkele schrijvers, onder wie H. Marsman en S. Vestdijk. Hun interpretaties toonden al in een vroeg stadium wat de kracht van Kafka’s werk zou blijven: zijn romans, novellen en verhalen lezen als fonkelende en tegelijk duistere sprookjes en parabels die zich eindeloos lenen voor interpretatie. 

Lees verder