Boudewijn van Houtens “Onze hoogmoed” (1970): trefzekere ontleding van kleine tirannie

Een halve eeuw geleden verscheen Onze hoogmoed, het debuut van Boudewijn van Houten (1939), die nadien een respectabel oeuvre bij elkaar zou schrijven maar nooit doorbrak bij een groot publiek. Het is speculeren wat daarvan de reden is. Misschien is zijn libertaire, hedonistische wereldbeschouwing Nederlanders vreemd? (Dat zou je overigens niet zeggen nu je zelfs in tijden van Corona hossende menigten ziet). Wat ook de reden is van zijn beperkte populariteit, met Onze hoogmoed schreef Van Houten een briljant boek dat Max Pam terecht eens onder de beste honderd romans schaarde die in de Nederlandse literatuur zijn geschreven. Eens werd ook ik, als anderen, door het Nederlands Dagblad gevraagd naar een boek dat een onuitwisbare indruk op me had gemaakt. Dat boek was Onze hoogmoed. Ik schreef er dit over.

Lees verder

Raul Hilberg, pionierend historicus van de Holocaust

Op 4 augustus 2007 stierf de Amerikaanse historicus Raul Hilberg op 81-jarige leeftijd. Hilberg heeft veel geschreven maar zal voornamelijk herinnerd worden door zijn pionierende studie The Destruction of the European Jews, dat in 1961 in 1 deel verscheen. Hilberg zou het jarenlang aanvullen met nieuwe informatie. Het werk breidde zó uit dat het uiteindelijk drie delen werden. Die delen werden voortreffelijk in het Nederlands vertaald door Rob Pijpers en Simone ten Cate en verschenen in 2008 (een jaar na de dood van Hilberg) onder de titel De vernietiging van de Europese Joden bij de onvolprezen uitgeverij Verbum, die zich toelegt op het uitgeven van publicaties over deze ongekende massamoord. Ik schreef na het verschijnen van de vertaling eens over dit monumentale werk.

Lees verder

Voltaire als voorbeeld: de vergeten historicus Philip de Vries (1921-2001), misverstaan door geestverwant Pieter Geyl

‘Niemand heeft ooit enig aspect van de geschiedenis van Frankrijk in de 18e eeuw kunnen behandelen zonder Voltaire te noemen. Een geschiedenis van de Europese beschaving van die tijd, waarin geen aandacht aan Voltaire zou zijn besteed, is ondenkbaar’. Zo luiden de openingszinnen van Voltaire. Burger en edelman, de biografie die de Amsterdamse historicus Philip de Vries (foto, met dank aan Piet Schreuders) in 1951 publiceerde. Een ongemeen knap en interessant boek over de ‘onsterfelijke’ Voltaire, geschreven door een man die nagenoeg vergeten is, maar die het waard is in herinnering te blijven. Ik kocht en las het boek in 1983 maar herlas het dezer dagen nog eens. Hoewel gedateerd heeft het nog niets aan kracht ingeboet. Het boek is bepaald kritisch maar toch toont De Vries zich een bewonderaar van Voltaire. Hij beschouwde hem als een baken van beheersing en beschaving, een beschaving die hij in het midden van de 20ste eeuw vermorzeld zag door het moorddadige nationaalsocialisme. De Vries – van Joodse komaf – wist maar net aan de Holocaust te ontkomen. Zijn biografie was vervuld van heimwee naar een beschaving die hij bij de ‘patriarch van Ferney’ waarnam.

Lees verder

Een leven van vergeefs streven: de eindeloze illusies van Ernest Mandel

Op 20 juli 1995 stierf de Belgische econoom Ernest Mandel (1923-1995), een onvermoeibaar maar ook onverbeterlijk gelovige in het marxisme. Het wrede bolsjewistische experiment in de Sovjet-Unie schokte zijn marxistische geloof allerminst. Evenals zijn held Leo Trotski was hij een criticus van het Sovjetregime, dat het marxisme zou hebben verraden. Zelfs na de val van de Muur, toen menig al twijfelende marxist genezen werd van dit geloof, zocht Mandel nog naar ‘vernieuwing’ van het marxisme. Zijn leven werd in 2007 adequaat beschreven door biograaf Jan Willem Stutje, die echter terugschrok voor de voor de hand liggende conclusie dat dit een leven van vergeefs streven is geweest – vermoedelijk omdat hij teveel sympathie koesterde voor dit onvruchtbare denken. Naar aanleiding van zijn boek Ernest Mandel. Rebel tussen droom en daad schreef ik eens onderstaand artikel.

Lees verder

‘Zoekend gelovige’ natuurkundige Carl Friedrich von Weizsäcker: in 1975 de ideale eredoctor voor de Vrije Universiteit

De Vrije Universiteit Amsterdam veranderde na de jaren zestig van een gereformeerde universiteit in een ‘bijzondere’ universiteit. Het geharnaste gereformeerde geloof werd een ‘zoekontwerp’, om een term te ontlenen aan theoloog H.M. Kuitert, hoogleraar ethiek en inleiding dogmatiek aan de VU. De natuurkundige en filosoof Carl Friedrich von Weizsäcker (1912- 2007) was in dat opzicht een ideale kandidaat-eredoctor voor de Vrije Universiteit in de jaren zeventig. En niet alleen om die reden: ook omdat hij als natuurkundige op de gevaren van kernbewapening wees. Dat kon op instemming rekenen van een aantal medewerkers aan de universiteit die zich hierover eveneens zorgen begonnen te maken. Von Weizsäcker was in 1975 dus een ideale kandidaat, zo schreef ik eens in mijn boek Het is ons een eer en een genoegen. Eredoctoraten aan de Vrije Universiteit sinds 1930, waaruit onderstaand artikel licht bewerkt afkomstig is.

Lees verder

‘Lichtflitsen in een duistere nacht’. Over het instituut Voltaire, eerst en vooral een uitmuntend schrijver

Je hoort over Voltaire (1694-1778) tegenwoordig niet zoveel goeds meer. Hij zou een verkeerde kijk op het jodendom en christendom hebben, zich in de omgang laten kennen als een nurkse, onaangename man en hij zou – dit weer als steen des aanstoots voor vrijdenkers – geen ‘echte’ atheïst zijn geweest en slechts een halfhartig vertegenwoordiger van de Verlichting (die tegenwoordig vooral ‘radicaal’ moet heten). Toch lees ik hem graag, want bij alles wat over hem gezegd is: Voltaire was eerst en vooral een uitmuntend schrijver, een die bovendien uitgroeide tot een instituut met wie de machtigen der aarde zich graag inlieten. Dankzij geweldige vertalers, van wie in het bijzonder Hannie Vermeer-Pardoen met alle eer moet worden genoemd, is zijn frisse werk voor iedereen toegankelijk.

Lees verder

Over historicus A.E. Cohen (1913-2004), zijn geestverwant Hans Blom en het genre biografie als verkapte autobiografie

Tussen 2000 en 2010 schreef ik op verzoek van mijn vrienden Willem Bouwman en Nelleke Vermeer, destijds verantwoordelijk voor de boekenbijlage, regelmatig artikelen en recensies voor het Nederlands Dagblad. Meestentijds over fascisme, nationaalsocialisme, communisme en historiografie. Sommige van die artikelen vind ik de moeite waard om hier nog eens te plaatsen. Onderstaand artikel verscheen naar aanleiding van de in 2006 gepubliceerde studie A.E. Cohen als geschiedschrijver van zijn tijd onder redactie van J.C.H. Blom, D.E.H. de Boer, H.F. Cohen en J.F. Cohen. Hoewel H.F. (Floris) Cohen en J.F. (Jaap) Cohen als respectievelijk zoon en kleinzoon vanzelfsprekend dichtbij A.E. (Adolf) Cohen staan, was redacteur J.C.H. (Hans) Blom de ware geestverwant van Adolf Cohen.

Lees verder

‘De gehele gang van zaken is voor mijn besef uitermate onbevredigend’. De strijd aan de Vrije Universiteit om het eredoctoraat voor dominee Beyers Naudé

Vandaag, op 10 mei, werd hij geboren: de Zuid-Afrikaanse dominee Christiaan Frederik Beyers Naudé (1915-2004), de man die van ver kwam. Geboren als zoon van een van de oprichters van de nationalistisch Afrikaner Broederbond, keerde hij zich na het bloedbad in Sharpeville (1960), toen het leger 69 vreedzaam protesterende zwarten doodschoot, tegen de apartheid in zijn land. In 1972 kende de Vrije Universiteit hem een eredoctoraat toe. Dat ging niet zonder slag of zonder stoot. Er rezen bezwaren tegen deze toekenning, maar die vonden aan de inmiddels progressieve VU maar beperkt gehoor. Ik publiceerde dit portret eerder in mijn boek ‘Het is ons een eer en een genoegen’. Eredoctoraten aan de Vrije Universiteit sinds 1930 (2007) maar plaats het hier ter gelegenheid van de geboortedag van Beyers Naudé.

Lees verder

Een profetische rede die lang onder het stof van de geschiedenis lag: vrijdenker Jan Hoving over ‘de kwestie-Geelkerken’

Bijna een eeuw geleden, in 1924, diende een gereformeerde procuratiehouder een klacht in tegen de Amsterdamse predikant J.G. Geelkerken. Hij had op 23 maart 1924 een preek van Geelkerken gehoord over de zondeval, waarin hij twijfel hoorde doorklinken of de slang in het paradijs wel echt had gesproken, zoals in Bijbelboek Genesis stond beschreven. Hij diende een klacht in die na een slepende procedure in 1926 als uitkomst had dat Geelkerken als predikant van de gereformeerde kerken werd geschorst. Over ‘de kwestie-Geelkerken’ is veel geschreven, niet in de laatste plaats door kerkhistoricus Maarten J. Aalders die een omvangrijke biografie over de afgezette predikant schreef. Toch ontbreekt een eigentijdse beschouwing in zijn studie: de rede die vrijdenker Jan Hoving (1877-1939, afbeelding) in 1924 over de kwestie hield. Een interessante rede aangezien daarin een breder, ook nu nog actueel thema wordt besproken: wat blijft er van godsdienstig geloof als getwijfeld wordt aan teksten in heilige boeken?

Lees verder

‘Waarom eer voor deze man?’ Het omstreden eredoctoraat voor Martin Luther King aan de Vrije Universiteit

Op 4 april 1968 werd Martin Luther King vermoord. De wereld rouwde en de Vrije Universiteit niet minder. De universiteit had drie jaar tevoren namelijk een eredoctoraat toegekend aan de burgerrechtenactivist. Naast hem werden in 1965 nog vijf eredoctoraten toegekend, maar al die eredoctores stonden in de schaduw van King. De VU was (en is) trots op dit eredoctoraat. De toekenning markeerde de verandering van de universiteit in de jaren zestig: van een behoudend en blank gereformeerd bolwerk veranderde ze in een progressieve instelling waarin voorzichtig maar nadrukkelijk gezocht werd naar solidariteit met de verworpenen der aarde. De VU was dan ook dolblij King als eredoctor te kunnen presenteren, al moest er omzichtig gemanoeuvreerd worden om de gereformeerde achterban wereldwijd, die weinig van de zwarte “oproerkraaier” moest hebben, niet van zich te vervreemden. Ik publiceerde onderhavige bijdrage eerder in mijn boek Eredoctoraten aan de Vrije Universiteit sinds 1930 (2007) maar acht het de moeite waard het hier op de sterfdag van King nog eens te plaatsen.

Lees verder