
Op 4 april 1968 werd Martin Luther King vermoord. De wereld rouwde en de Vrije Universiteit niet minder. De universiteit had drie jaar tevoren namelijk een eredoctoraat toegekend aan de burgerrechtenactivist. Naast hem werden in 1965 nog vijf eredoctoraten toegekend, maar al die eredoctores stonden in de schaduw van King. De VU was (en is) trots op dit eredoctoraat. De toekenning markeerde de verandering van de universiteit in de jaren zestig: van een behoudend en blank gereformeerd bolwerk veranderde ze in een progressieve instelling waarin voorzichtig maar nadrukkelijk gezocht werd naar solidariteit met de verworpenen der aarde. De VU was dan ook dolblij King als eredoctor te kunnen presenteren, al moest er omzichtig gemanoeuvreerd worden om de gereformeerde achterban wereldwijd, die weinig van de zwarte “oproerkraaier” moest hebben, niet van zich te vervreemden. Ik publiceerde onderhavige bijdrage eerder in mijn boek Eredoctoraten aan de Vrije Universiteit sinds 1930 (2007) maar acht het de moeite waard het hier op de sterfdag van King nog eens te plaatsen.

Eredoctor worden is een erezaak. Wie daartoe wordt uitverkoren, toont zich zeer vereerd en reageert meestal per ommegaande. Zo niet dominee Martin Luther King (1929-1968). Sinds hij als leider van de zwarten in Amerika bij het Lincoln-monument in Washington op 28 augustus 1963 ten overstaan van duizenden lotgenoten zijn beroemde toespraak I have a dream hield, was hij een gevierde persoonlijkheid. Zijn droom van gelijkberechtiging van zwart en blank had ook aan de Vrije Universiteit indruk gemaakt.

Zoveel, dat de Faculteit Sociale Wetenschappen in november 1964 besloot hem een eredoctoraat toe te kennen, uit te reiken door hoogleraar sociologie prof. dr. G. Kuiper. De senaat hoefde niet lang na te denken over deze voordracht. Op 9 december 1964 berichtte rector magnificus prof. dr. R. Schippers (foto) King over de toekenning ‘in recognition of your admirable achievements on behalf of those who are struggling to gain their rights and dignity’. Schippers was wel zo wijs te veronderstellen dat bij wereldburger King niet onmiddellijk een lampje ging branden als het begrip ‘Vrije Universiteit’ viel, reden waarom hij een onder hem studerend Amerikaans predikant verzocht om King bij te praten over de instelling.
Het ongelukkige toeval wilde dat King op Schippers’ moment van schrijven juist in Oslo verbleef. Zijn secretaresse beloofde hem de boodschap over te brengen, maar antwoord bleef uit. Daarom klom de rector magnificus twee maanden later, op 24 februari 1965, nogmaals in de pen. Hij deed nog een schep bovenop zijn lof voor King en weidde uitvoeriger uit over de reden van het eredoctoraat.
Nu heette het dat King persoonlijk werd geëerd, maar dat het eredoctoraat ook bedoeld was ‘to lend support to the crusade against racial discrimination in which you are so actively involved’. Als een der oudste christelijke universiteiten ter wereld met contacten in Indonesië, Zuid-Afrika, Amerika en Canada achtte de Vrije Universiteit zich de aangewezen instantie Kings ‘kruistocht’ te ondersteunen.

Ook nu ontving Schippers maandenlang geen antwoord. Via prof. dr. J.C. Hoekendijk, sinds 1965 hoogleraar aan het Union Theological Seminary te New York, vernam de rector magnificus op 22 juni 1965 dat King het eredoctoraat accepteerde en bij de plechtigheid aanwezig zou zijn. De aangewezen promotor Kuiper toonde zich in een brief aan King blij verrast, maar hoopte toch nog steeds op ‘even one sentence’ van de laureaat zelf ‘for we understand very well that you have other things to do which are more important than writing letters’. En inderdaad: aan zelfs die ene zin kwam King niet toe. Niet getreurd: opgewekt maakte de universiteit het nieuws wereldkundig. Maar als de universiteit gedacht had de handen op elkaar te krijgen met dit eredoctoraat, dan vergiste ze zich lelijk.
Over het geheel genomen regende het verontwaardigde en woedende reacties, vooral vanuit Amerika en Zuid-Afrika, waar ‘het negerprobleem’ de blanke gemoederen heftig bezighield. Zo beweerde dr. Sj. Steunenbrink (‘als geëmigreerd Hollands arts en van Gereformeerde huize kwam mij deze week ten gehore dat Uw universiteit een eredoctoraat zal aanbieden aan Dr. Martin Luther King’) uit Houston dat King zich in communistische kringen ophield, een bewering die hij ondersteunde met Amerikaanse krantenknipsels. ‘Het is hier bekend, dat vele van zijn naaste medewerkers “rood” zijn en tot de “Atheïstisch-denkenden” behoren.’ De ook al in Amerika woonachtige dominee De Koekkoek oordeelde in dezelfde trant: King zou een ‘drijver’ zijn, ‘dwang’ voorstaan, oproepen tot ‘wetsovertreding’ en, last but not least, gesteund worden door communisten. ‘Moet die man door “de Vrije” bizonder geëerd worden?’
Prof. Schippers nam uitgebreid de moeite de critici te antwoorden. Droogjes constateerde hij: ‘Wij verschillen aanzienlijk in onze waardering voor het werk van dr. King.’ In zijn toelichting schreef hij dat de strijd tegen rassendiscriminatie ‘de roeping’ van iedere christen diende te zijn. Hij toonde zich niet erg onder de indruk van het verwijt dat King door communisten werd bijgestaan. ‘Hetzelfde verwijt kregen nl. de christenen in ons land tijdens de tweede wereldoorlog te horen van de Duitsers. Toch hebben de christenen en communisten in het verzet tegen de nazies dikwijls goed samengewerkt.’

Schippers week, naar goed gereformeerde gewoonte, geen duimbreed. Zijn principiële stellingname werd vergemakkelijkt door het belang dat in Nederland aan het eredoctoraat werd toegekend. Koningin Juliana had in een gesprek met haar vertrouweling De Gaay Fortman (foto) en Kings vertrouweling Hoekendijk gevraagd of King na de plechtigheid ‘wat tijd voor haar beschikbaar zou kunnen stellen’. Schippers sprong handig in op dit voorstel. Om critici, vooral in de Verenigde Staten, wind uit de zeilen te nemen, stelde hij King voor om ten paleize samen met de koningin gefotografeerd te worden. Die foto’s zouden in de Amerikaanse pers gepubliceerd moeten worden. Het zou goed als ‘tegengif’ kunnen dienen tegen foto’s, waarop King figureerde in het gezelschap van lieden die in de Amerikaanse pers als ‘communisten’ werden betiteld.
De plechtigheid, waarin Kuiper in het openbaar Kings ‘uitstekende verdiensten in de strijd der ontrechte of rechteloze, in ieder geval niet gelijkberechtigde rassen’ lof toezwaaide, was een groot succes. King was het stralend middelpunt. Verscheidene aanwezigen lieten na afloop blijken diep onder de indruk te zijn geweest, onder wie King zelf. Ook nu kwam zijn reactie indirect.

Zijn assistent Andrew Young bedankte voor de betoonde gastvrijheid en vriendelijkheid en ook zijn vrouw, Coretta King, toonde zich erkentelijk. Wel wierp een op de dag zelf gepubliceerd bericht in Trouw een kleine schaduw over het gebeuren. ‘Waarom eer voor deze man?’, vroeg dr. Paul Schrotenboer, voorzitter van de Gereformeerde Oecumenische Synode, zich in een vraaggesprek af. King immers betoonde zich een voorstander van ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ – en zou burgerlijke ongehoorzaamheid nu tot burgerrechten leiden?
Na 20 oktober pruttelden de protesten nog wat na. Het belangrijkste protest kwam van de Nederduits Gereformeerde Kerk (NGK) in Zuid-Afrika, die de toekenning niet in overeenstemming noemde met de beginselen van de universiteit. De Kamper hoogleraar Nieuwe Testament Herman Ridderbos (foto boven) sprong in zijn Gereformeerd Weekblad voor de VU in de bres en keurde de actie van de NGK in duidelijke bewoordingen af. Daarmee ging de storm over eredoctor Martin Luther King liggen.

En toen, op donderdag 4 april 1968, werd King vermoord. De VU toonde zich, bij monde van (inmiddels) rector magnificus W.F. de Gaay Fortman en voorzitter A. Krikke van de Studentenraad, geschokt. Vrijdag 5 april hield Fortman een rede waarin de verbijstering over en verbittering om het gebeurde nog doorklonken. Om de herinnering aan King levend te houden, meenden Fortman en Krikke dat er een plaquette moest komen, naast de plaquette die de VU-gevallenen in de Tweede Wereldoorlog herdacht. Maar dit voorstel strandde op geldgebrek en algehele lauwheid. Ditmaal kwam van uitstel echter geen afstel. Op 5 april 1982, precies 14 jaar nadat het idee werd geopperd, onthulde rector magnificus prof. dr. H. Verheul een plaquette, die door kunstenares Fenna Westerdiep was gemaakt. Daarmee was de band van de Vrije Universiteit en Martin Luther King hersteld.