
De machtsovername in Duitsland door Hitler en de nazi’s op 30 januari 1933 blijft de gemoederen bezighouden. In de afgelopen jaren publiceerde alleen al de Amerikaanse historicus Timothy W. Ryback twee studies over de intriges die Hitler in het zadel hielpen, respectievelijk Machtsovername (2024) en 53 dagen (2026). De inhoud van beide boeken doet onherroepelijk denken aan de situatie in de huidige Verenigde Staten waar de vastgoedmagnaat en societyfiguur Donald Trump op zijn manier de democratie tracht te ontmantelen, na al even populair te zijn bij een deel van de bevolking als Hitler destijds.
Ook in menig Europees land heeft het overal weer ontluikende extreem rechts electoraal de wind in de rug en is het etnische nationaliteits-denken weer helemaal terug. Overbodig te zeggen dat de geschiedenis zich nooit precies hetzelfde herhaalt. Trump is geen Hitler, de Verenigde Staten zijn geen Republiek van Weimar, de verschillen springen in het oog. Maar overeenkomsten zijn er ook, vooral de afkeer van democratie, waarin het niet alleen gaat om de wil van de meerderheid maar ook om het respecteren van de rechten van minderheden. De vraag die nu voorligt, werd een halve eeuw na de machtsovername door Hitler ook gesteld: kan zo’n catastrofale gebeurtenis opnieuw gebeuren?
In 1983 woedde de Koude Oorlog nog volop, al waren dat jaar barsten te zien in de Sovjetunie, waar de ziekelijke ex-KGB-topman Joeri Andropov de in 1982 gestorven partijleider Leonid Brezjnev opvolgde. In de Verenigde Staten was de voormalige acteur Ronald Reagan bezig met zijn eerste termijn als president en bij ons was CDA-er Ruud Lubbers een jaar eerder begonnen als premier, nog niet wetend dat twaalf jaar te blijven.
Extreem rechts was bij lange na zo sterk niet als nu in Europa maar de ophef over de extreemrechtse partijen was opmerkelijk genoeg veel groter dan nu. Dat Hans Janmaat (foto Marcel Antonisse) van de Centrumpartij in 1982 in de Tweede Kamer werd gekozen zorgde voor veel ophef. De oprichting van de Republikaner onder leiding van ex-SS-er Franz Schönhuber in de Bondsrepubliek Duitsland was al even ophefmakend.
De Tweede Wereldoorlog zat nog vers in het geheugen. Niet alleen leefden nog velen van de generatie 1920, ook voor de babyboomers die tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog waren geboren was ‘de oorlog’ in 1983 nog een ijkpunt. Dat het 30 januari 1983 een halve eeuw geleden was dat Hitler aan de macht kwam – daar werd uitgebreid bij stilgestaan in de Bondsrepubliek, niet alleen in de pers maar ook in de wetenschap. Van 13 tot 15 januari 1983 kwam een keur van wetenschappers bijeen in – niet toevallig gekozen – het Rijksdaggebouw voor een internationale conferentie over het ontstaan van de nazidictatuur.[1] Zo diepgaand werd er in Nederland niet gediscussieerd over de machtsovername, maar ook de Nederlandse pers stond uitgebreid stil bij deze datum van (naar later bleek) wereldhistorische betekenis.
Wat toen nog mogelijk was en nu niet meer: ooggetuigen spreken uit die beladen periode. Hans Amesz, correspondent van het toen nog bestaande Utrechts Nieuwsblad, sprak met Josef Felder (1900-2000), de destijds laatst levende parlementariër van de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD). Hij was een van de 94 leden van zijn partij die op 23 maart 1933 stemde tegen de machtigingswet, die de Republiek van Weimar veranderde in een nazidictatuur. Terugblikkend meende Felder dat de tegenstanders van Hitler in opstand hadden moeten komen, ook al had dat tot een burgeroorlog geleid, die volgens hem waarschijnlijk door de nazi’s zou zijn gewonnen. Maar in het licht van de catastrofe achtte hij een burgeroorlog met de wijsheid achteraf verantwoord.[2]
Ook in de Volkskrant kwamen ooggetuigen aan het woord, onder wie de 79-jarige jurist J. Visser, in 1933 jong attaché op de Nederlandse ambassade in Berlijn. Hij roemde de rol van de inmiddels vergeten Nederlandse ambassadeur Johan Graaf van Limburg Stirum, tussen 1927 en 1937 in Berlijn en dus getuige van de Machtsovername. Van Limburg Stirum waarschuwde voortdurend tegen het gevaar dat het nationaalsocialisme betekende. In een van zijn rapporten aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken omschreef Van Limburg Stirum Hitler als ‘een niet indrukwekkend mannetje in regenjas, die zijn hand als groet ophief op de wijze van een onhandige kelner die een plateau bier binnenbrengt.’[3]
Het Vervolg, zoals de bijlage van de Volkskrant destijds heette, zou – als die in boekvorm zou zijn uitgegeven – in omvang een behoorlijk boekwerk zijn geweest. Het liet zien hoezeer de krant de Machtsovername als historische gebeurtenis op waarde schatte. Behalve een nogal ondoorgrondelijk en slecht leesbaar artikel over de economische situatie van Duitsland van de hand van Ger van Roon, hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit[4], bevatte de bijlage beschouwingen over de Nederlandse persreacties op de Machtsovername[5] en een finalistisch artikel van Bob Groen die zich afvroeg hoe het mogelijk was dat de Republiek van Weimar het zolang had uitgehouden.[6] Historicus Patrick Dassen heeft enkele jaren geleden in een monografie dit finalisme bestreden en gemaand de Republiek echt in zijn tijd te verstaan en niet zomaar te doen alsof die, hoezeer ook bestreden door extreem links en extreem rechts, niet levensvatbaar was.[7]
Ook verzetskrant Het Parool besteedde in het supplement PS via een artikel van hoofdredacteur Wouter Gortzak (foto) uitgebreid aandacht aan Hitlers machtsovername. Hoewel er in het land destijds grote ophef over de Centrumpartij van Hans Janmaat die in 1982 in de Kamer was gekozen, oordeelde Gortzak nuchter over de kans op herhaling: ‘Er is aanleiding genoeg voor de West-Europeaan om bezorgd te zijn over de naaste toekomst. Maar er is, als wij voldoende waakzaam blijven, geen enkele reden om aan te nemen, dat het nationaalsocialisme er opnieuw door zal komen’.[8]
Indrukwekkend in diezelfde krant waren de herinneringen van cartoonist Fritz Behrendt (1925-2008). Als Duitser van Joodse komaf liepen hij en het gezin waarin hij opgroeide groot gevaar. Het gezin vluchtte in 1937 dan ook en vestigde zich in Amsterdam, waar Behrendt (foto) na de oorlog een indrukwekkende loopbaan begon. Behrendt trok een halve eeuw na de machtsovername de conclusie dat de democraten de Republiek van Weimar onvoldoende hadden gesteund en zelfs belachelijk hadden gemaakt en zo de weg voor Hitler baanden.[9] Socioloog Bart Tromp trok in deze bijlage met iets andere woorden dezelfde conclusie: ‘Iedereen maakte gebruik van de democratie en de rechtsorde; vrijwel niemand verdedigde haar voor het te laat was’.[10]
Ook het rechts-liberaal georiënteerde Elseviers Magazine ruimde vele kolommen in voor een terugblik op 1933. Op de omslag prijkte het portret van Hitler, met daarnaast twee vragen: ‘Hoe kon het? Kan het opnieuw gebeuren?’ In een goed overzicht beantwoordde auteur Frank Lafort die vragen niet echt, maar in een kadertje bij het artikel kwamen twee historici aan het woord die het ‘historisme’ aanwezen als reden waarom het Duitse volk zo lauw reageerde op Hitlers machtsovername – een wat hoogdravende en de geschiedschrijving- en beoefening overschattende redenering: het historisme zou de geschiedenis loskoppelen van normen en waarden en ‘een zeker objectiviteitsideaal’ nastreven. Daardoor zou het fascisme opnieuw kunnen gebeuren.[11]
Een informatief overzicht van de actualiteit van het fascisme in de wereld bood redacteur René de Bok, die alle continenten afging. Zijn conclusie klonk bezorgder dan die hoofdredacteur Wouter Gortzak van Het Parool had getrokken: ‘Vijftig jaar na de opmars van Adolf Hitler naar het Derde Rijk zijn de voorwaarden die de greep van het fascisme naar de macht mogelijk hebben gemaakt in aanleg aanwezig.’ Hij signaleerde een neofascisme ‘dat met de dag brutaler wordt.’ De Bok concludeerde: ‘Een ding is zeker, zorgeloosheid, besluiteloosheid en machteloosheid rond de neo-fascistische opmars effenen het pad naar nieuwe tirannie.’[12]
Religiejournalist Rex Brico, pseudoniem van Gerard-Jan van Meerwijk, interviewde de Lutherse bisschop Kurt Scharf (foto) die in 1933 samen met de bekendere dominee Martin Niemöller de zogenoemde predikantennoodbond oprichtte, waaruit later de Bekennende Kirche ontstond. Scharf, 80 ten tijde van het vraaggesprek, toonde zich optimistisch over het heden (lees: 1983): hij meende dat nieuw fascisme door burgerlijke ongehoorzaamheid en verzet gebroken zou worden.[13]
Over kerken en het nationaalsocialisme ging het ook in Trouw. Daarin werd de gereformeerde G.J. Wesselink geïnterviewd, een gepensioneerde landbouwer afkomstig uit Bentheim. In dat graafschap was een afsplitsing van de Reformierte Kirche in Duitsland, die sindsdien als de Evangelisch Altreformierte Kirche in Niedersachsen door het leven ging. Deze ‘Altreformierten’, die goede banden onderhielden met de Gereformeerde Kerken in Nederland, moesten weinig van het nationaalsocialisme hebben. Ze werden zwaar onder druk gezet om hun prediking in lijn te houden met de nazi-ideologie. Nederlandse gereformeerden waren diep onder de indruk van het hardnekkige verzet van deze Duitse gereformeerden. Een van hen, ds. G. Visée, die tijdens de Tweede Wereldoorlog zou meegaan met de zogenoemde Vrijmaking van de Gereformeerde Kerken in Nederland (en in 1967 weer buiten dat verband kwam te staan), schreef in Nedersaksen ‘onverschrokkenheid en offerbereidheid’ te hebben leren kennen.
In 1983 keek de destijds jonge G.J. Wesselink terug op die jaren, in het bijzonder op zijn contact met de gereformeerde theoloog en kerkrechtdeskundige H.H. (Herman) Kuyper (foto), de oudste zoon van Abraham Kuyper, de stichter van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Wesselink, in de jaren ’30 lid van de jongelingsvereniging van de Altreformierte Kirche, was naar Bloemendaal afgereisd om van Kuyper in diens woonplaats te horen wat de opstelling tegenover de nazi’s diende te zijn. ‘Zolang je vrij het evangelie kunt verkondigen en uit het oude testament kan preken, moet je je onderwerpen’, luidde het antwoord van Kuyper. Tegenover de journalist van Trouw merkte Wesselink droogjes op: ‘Ik wist niet dat het calvinisme zoveel van mij vroeg.’ Toch ontstond een band tussen de boerenzoon en de hoogleraar theologie, al gingen ze wel eigen wegen in de oorlog: Kuyper volgde de weg van de aanpassing, Wesselink koos uiteindelijk voor verzet.[14]
Ging dit artikel in verzetskrant Trouw niet in op de vraag die in alle andere hier besproken kranten en weekbladen gesteld werden, een ander, op dezelfde dag gepubliceerde bijdrage deed dat wel: zou een herhaling van het nationaalsocialisme mogelijk zijn? Journalist J. den Boef oordeelde van niet: de macht van de president van de Bondsrepubliek was louter representatief en lang niet zo machtig als die van de president van de Republiek van Weimar destijds. De bondspresident kan alleen een bondskanselier benoemen op basis van een absolute meerderheid in de Bondsdag. Bovendien zou de 5 procentnorm – die bepaalde dat partijen meer dan vijf procent van de stemmen dienden te behalen om tot de Bondsdag toe te treden – voorkomen dat ‘het wemelt van de partijen.’[15]
Opmerkelijk: anno 1983 heerste er in de Nederlandse politiek een panische angst, zo geen paniek toen een tegen het fascisme aan schurkende partij zich aandiende in het parlement in de vorm van Janmaats Centrumpartij. Desondanks achtten de persbeschouwers van die dagen, terugblikkend op het beladen jaar 1933, de democratie robuust genoeg om zich te weer te stellen tegen krachten die haar wilden ondermijnen. Nu heeft extreem rechts de wind wereldwijd volop in de zeilen en is de politiek veel onvoorspelbaarder met een narcistische kleuter en primitieve societyklant in het Witte Huis, gesteund door dubieuze digitale platforms en ondernemende hufters. Benieuwd hoe beschouwers over een halve eeuw terugblikken op deze periode, waarin de democratie onmiskenbaar onder druk staat.
[1] Deutschlands Weg in die Diktatur. Internationale Konferenz zur nationalsozialistischen Machtübernahme (ed. Martin Broszat e.a.) [Berlin West 1983).
[2] Hans Amesz, ‘1933: Hitler komt aan de macht: het begin van de catastrofe’, in: Utrechts Nieuwsblad, 15 januari 1983.
[3] Henk Strabbing e.a. ’30 januari 1933’, in: de Volkskrant, 29 januari 1983.
[4] Ger van Roon, ‘Wie financierde de Autobahn door het politieke moeras?’, idem, 7.
[5] Victor Lebesque, ‘Het verkeerde moet ook gedaan worden’, idem, 9.
[6] Bob Groen, ‘Wankel Weimar in een woeste stroom’, idem, 1.
[7] Patrick Dassen, De Republiek van Weimar 1918-1933. Over de kwetsbaarheid van de democratie (Amsterdam 2023).
[8] Wouter Gortzak, ’30 januari ’33. Het begin van Hitlers dictatuur’, in: Het Parool PS, 29 januari 1983, 1-2.
[9] Fritz Behrendt, ‘Mijn vader zei: “Der Film ist gelaufen”’, in: idem, 4.
[10] Bart Tromp, ‘De republiek waarvan niemand hield’, in: idem, 4.
[11] Frank Lafort, ‘Kan het opnieuw?’, in: Elseviers Magazine, 29 januari 1983, 79-81.
[12] René de Bok, Na een halve eeuw: het fascisme is nog altijd actief’, in: idem, 29 januari 1983, 85-87.
[13] Rex Brico, ‘“Een nieuwe Hitler zou stuklopen op burgerlijk verzet”. Gesprek met bisschop Kurt Scharf’, in: idem, 29 januari 1983, 88-91.
[14] Aldert Schipper, ‘Een hakenkruis aan de kerk in Emlichheim’, in: Trouw, 29 januari 1983.
[15] J. den Boef, ‘In de chaos lagen Hitlers kansen’, in: Trouw, 29 januari 1983.









