Michel van der Plas, de man achter de weemoedige liederen van Frans Halsema

Van der Plas 1Vrijwel niemand van dertig jaar of jonger kent nog zijn naam: Frans Halsema. Toch is hij nog niet helemaal vergeten, want er circuleren verscheidene levensbeschrijvingen van hem op internet. Terecht, want wat had deze man een mooie stem, wat kon hij zingen en wat waren de teksten van zijn liederen prachtig. Teksten, die dikwijls van Michel van der Plas (foto) zijn. Van der Plas schreef een enorm oeuvre bijeen dat ontzag wekt. Maar zijn teksten voor Frans Halsema wekken meer dan ontzag, zij raken het gemoed.

Van der Plas (een pseudoniem, hij kwam ter wereld als Ben Brinkel) is een van die rooms-katholieken van zijn generatie (hij werd geboren in 1927) wiens leven is getekend en verpest door de priesteropleiding die hij in zijn jeugd volgde. Hij kwam nooit los van de roomse rimram. Van der Plas verdiende zijn brood als journalist voor Elsevier. Voor dat blad ging hij naar Rome, waar hij vol verwachting verslag deed van het Tweede Vaticaans Concilie, Johannes 23dat op instigatie van de oude paus Johannes de 23ste (foto) de verkalkte roomse kerk ‘bij de tijd’ probeerde te brengen.

Tot Van der Plas’ teleurstelling kwam er niets van een ‘eigentijdse’ roomse kerk. De opvolgers van de oude paus draaiden veel van de beloofde hervormingen terug en Van der Plas deed wat hij altijd deed: hij schreef. Portretten (van onder meer de door hem zeer bewonderde Godfried Bomans, die hij goed had gekend), interviews (met bekende vaders en zonen) en gedichten. De canon heeft Van der Plas met die gedichten nooit gehaald. Ik kan niet beoordelen of ze iets voorstellen. Wel is duidelijk dat zijn dichtwerk – gepubliceerd ten tijde van van de experimentele vijftigers – oneigentijds traditioneel was. Dat houdt overigens niet meteen een waardeoordeel in. In elk geval stierf de dichter Van der Plas een vroege dood.

Zijn dichtader slibde niet helemaal dicht. Het dichtersbloed kroop waar het niet gaan kon: Van der Plas werd schrijver van het lichte lied. Nou ja, het lichte lied…Die typering is van toepassing op een satirisch nummer als Frater Venantius van cabaretier Wim SonneveldSonneveld (foto). Dat lied raakte, zoals bijna alles van Van der Plas, aan het ‘rijke roomse leven’. De ironie, die een maskering was van zijn frustratie over de Romeinse curie en hun trawanten in Nederland, klonk ook door in het journalistieke boek Het rijke roomse leven, waarin hij het triomfalisme van de roomse kerk van zijn jeugd beschreef.

In zijn latere leven zocht hij naar katholieken die hem inspireerden: de dichter Guido Gezelle, Joseph Alberdingk Thijm, een van de mannen van de katholieke herleving in de negentiende eeuw, en letterkundig criticus Anton van Duinkerken. Dat hij in 1988 een eredoctoraat ontving van de Katholieke Universiteit Nijmegen was niet in de laatste plaats te danken aan de imposante biografieën die hij over hen schreef.

Maar hoe ontzagwekkend zijn oeuvre ook is, ik gedenk hem vooral als de tekstschrijver van onvergetelijke liederen van Frans Halsema (foto).Halsema Die gaan ver voorbij de satire en zelfs voorbij het verstand: ze raken het weemoedig gemoed van hen die treuren over geliefden die er niet meer zijn. Ze zijn ook niet licht te noemen, ook al zijn de teksten soms geestig. Maar die geestigheid wordt overstemd door weemoed over wie verloren zijn gegaan aan de dood. Neem het nummer dat de eenvoudige titel Kees draagt: een lied over een fictieve vriend die een jaar dood is maar die al in de vergetelheid dreigt te raken. En aan wie ‘actuele’ ontwikkelingen voorbij gaan. Het nummer is uit 1971 en dat is te merken: Willem Drees junior, minister in het kabinet-Biesheuvel (1971-1972) komt er in voor, evenals Simon Carmiggelt die in Het Parool zijn dagelijkse Kronkels schreef.En niet te vergeten de maanlandingen van die jaren. Maar voor het overige: wat een universele tekst over de dood:

Verdomme Kees, al weer een jaar vandaag
Dat jij begraven bent
Gek toch hoe vlug dat went
Want God je weet, ik mocht je erg graag
Ik wist wat ik aan je had
Nou ja, hoe noem je dat
Behalve dus, dat ik je een beetje mis
Nou ja, op mijn manier
Is alles eender hier
Denk niet Kees, dat er veel veranderd is
Hoogstens een kleinigheid
In nauwelijks 1 jaar tijd
Er is nog altijd ster-reclame
En bij de politieke namen
Is er 1 nieuwe: Drees
En er zijn intercity treinen
En jij hebt andere gordijnen
Gekregen, naar ik vrees, Kees

Verdomme Kees, een jaar is toch wel lang
Als je elkaar niet ziet
Ik weet het eigenlijk niet
Het gaat allemaal toch doodgewoon zijn gang
En het draait, bedenk ik nou
Hier ook wel zonder jou
Carmiggelt schrijft nog steeds in het Parool
En de Apollo’s gaan
Nog altijd naar de maan
Nou ja, je dochtertje gaat nu naar school
En volgend jaar je zoon
Nou och, dat is heel gewoon
En toch als ik mij zo hoor praten
Vallen er opeens hiaten
Tussen mijn cliche’s
Want dat jouw rozen niet meer bloeien
Omdat ze niet voldoende sproeien
Dat zeg iets, naar ik vrees, Kees

Verdomme Kees, ik weet het nou niet meer
Denk steeds aan wat je zei
Het gaat allemaal voorbij
En dat de tijd van leven telkens weer
Gewoon opnieuw begon
Niks nieuws onder de zon
Maar dat is niet waar, want jij was enkel jij
Jij hebt hier rondgedwaald
En dat wordt nooit herhaald
Als ik jouw huis zie, dan hoor jij daarbij
En naast een kinderfiets
Mis ik toch ook wel iets
Maar verder valt er niets te melden
Er drijft nog olie op de Schelde
Er zijn nog steeds cafe’s
En verder hoorde ik zoeven
Hiernaast het lied: Lang zal ze leven
Geweldig, naar ik vrees, Kees.

Daarnaast staat een lied als Ik mis, waarin geluk en weemoed om de voorrang strijden, al even vindingrijk, subtiel, om niet te zeggen briljant verwoord:

Ik mis een gele regenjas, een vinger op het randje van een sherryglas
Ik mis het wachten op de hoek en zoals jij daar aan komt in je spijkerbroek
Ik mis het altijd even plagen met de haaltjes aan mijn sigaret, en het woordje kom dan maar
Ik mis al elke lange autorit, als jij dan zwijgend naast me zit
Dat kleine streelgebaar

En ik heb alles wat een mens maar kan verlangen
Ik heb een vrouw, ik heb een huis, ik heb een kind
Maar waarom blijf ik dan aan kleine dingen hangen
Alsof het leven daarmee pas begint
Ik mis de kauwgom in je zak, die ik daar altijd terugvind

Naast je nagellak
Ik mis een vinger op mijn arm, hij trekt maar een klein streepje
En ik voel me warm
Ik mis ons stiekem in de bioscoop, domweg gelukkig zonder hoop
Hulp zoekend bij elkaar

Ik mis de angst dat deze keer misschien, een van ons tweeen wordt gezien
En denken was ’t maar waar
Want jij hebt alles wat een mens maar kan verlangen
Je hebt een man, je hebt een huis, je hebt een kind

En waarom dus aan kleine dingen hangen
Alsof het leven daarmee pas begint
Ik mis je gele regenjas waarop wat tranen gingen
Naast sigarettenas
Ik mis het woordje lieveling, dat zeggen moest

Je weet dat dit zo niet meer ging
Ik mis de stem die er nu niet meer is, om te beamen wat ik mis
De nagel in mijn hand
Die nagel die wanhopig zei, ik zal je missen en jij mij
M’n lief, m’n misverstand
Wij hebben alles wat een mens maar kan verlangen
Een lieve vrouw, een lieve man, een huis, een kind
De kleine dingen waar we nu aan blijven hangen
Zijn het geluk waarmee verdriet begint.

En tenslotte, Holmesom nog een voorbeeld te geven van Van der Plas’ begaafdheid als tekstschrijver, zijn bewerking van Her Song, het nummer dat oorspronkelijk werd geschreven door de Amerikaan Jake Holmes.(foto) Het is een eerbetoon aan een geliefde vrouw, om het even of het nu een vriendin of een moeder betreft:

Zij verstaat de kunst van bij me horen
In m’n lichaam heeft ze plaats gemaakt voor twee
In m’n ogen woont ze, in m’n oren
Ze hoort en ziet m’n hele leven met me mee.

Soms begint ze in m’n hart te zingen
Waar het nacht was heeft ze lichtjes aangedaan
En door haar weet ik dan door te dringen
Tot de onvermoede schat van ons bestaan.

Zo alleen maar wil ik verder leven
Schuilend bij elkaar
En als ik oud moet worden, dan alleen met haar.

Zij kent al m’n dromen en m’n wanen
Al m’n haast en al m’n honger en m’n spijt
Als ik lach kent zij alleen de tranen
Die daar achter liggen in de tijd.

Zij is meer dan deze woorden zeggen
In m’n lichaam heeft ze plaats gemaakt voor twee
Maar wie weet een wonder uit te leggen
En een wonder draag ik met me mee.

Saillant mag heten dat op de verzamel-cd Frans Halsema 1939-1984 een ander nummer van Halsema, cd Halsemaniet geschreven door Van der Plas maar door Guus Vleugel, de titel Ik-jij draagt, terwijl de tekst ervan op internet circuleert onder de titel God was goed voor mij. Dat is een zin die een aantal keer terugkeert in het nummer, dat verklaart wellicht deze vergissing. Een vergissing is het ook in ander opzicht: God was namelijk niet goed voor Halsema. Deze briljante zanger stierf in de leeftijd van 44 jaar aan keelkanker. Zijn tekstschrijver Michel van der Plas zou hem bijna dertig jaar overleven. Hij stierf in 2013 na een lang ziekbed. Beiden zijn dood en begraven maar hun liederen, die dood, vergankelijkheid en vergetelheid tot onderwerp hebben, zijn gelukkig nog altijd te beluisteren.