
Een enkele keer kom je tot je verbazing tot de ontdekking dat een historische figuur uit een inmiddels afgesloten historisch tijdperk tot voor kort nog leefde. Overlevende van dat tijdperk maar op een bepaalde manier zelf ook overleefd, levend maar als het ware geheel uit de tijd. Mijn verbazing betrof recent de Russische historicus Roj Medvedev (1925-2026). Hij genoot vooral in de jaren ’60 tot en met ’80 in het Westen veel belangstelling en faam als dissident in de Sovjetunie, al was wel de vraag of hij het predicaat dissident echt verdiende. Medvedev werd 100 jaar en heeft zijn ook oud geworden eeneiige tweelingbroer Zjores (1925-2018), over wie ik dit schreef na diens dood (https://wimberkelaar.com/2018/11/23/bepaald-niet-gek-bij-de-dood-van-zjores-medvedev-14-november-1925-15-november-2018/), nog ruim overleefd. Of die ouderdom nu zo’n zegen voor hem was, valt te betwijfelen. Hij was weliswaar tot op hoge leeftijd helder van geest en ook ongekend productief maar voor zijn reputatie is zijn voortleven geen zegen geweest, aangezien Medvedev zich vanaf 2000 opwierp als gedreven pleitbezorger van Vladimir Poetin en andere dictators uit het voormalige Sovjetrijk.
In het Westen, ook in Nederland, praat vrijwel nooit meer iemand over Medvedev. En dat is niet zo vreemd. Zijn laatste werken – hij schreef ook na zijn 80ste onverdroten door – verschenen nooit meer in vertaling maar nog uitsluitend in het Russisch. Slechts enkelingen die de taal beheersen weten iets van dat werk zoals de voortreffelijke schrijfster Sana Valiulina en haar echtgenoot, de slavist Arthur Langeveld. Zij vertelden mij, toen ik hen vroeg hoe Medvedev eigenlijk over de wrede (oorlogs)politiek van Poetin dacht, hoofdschuddend dat hij een bewonderaar van de dictator was maar wisten er verder ook het fijne niet van, want ze volgden zijn publicaties niet op de voet.
Wie dat wel deed was de historica Barbara Martin, die in 2023 een voortreffelijke studie schreef over de beide broers.[i] Zij omschreef hen als ‘loyale dissidenten’, een begrip waarin hun dubbele houding goed tot uitdrukking komt. Eerder was ik de term ‘loyale oppositie’ tegengekomen en wel bij de Amerikaanse journalist Hedrick Smith in zijn onovertroffen en terecht met een Pulitzer-prijs onderscheiden boek De Russen.[ii] Daarin typeerde hij Roj Medvedev, die hij in de jaren ’70 als correspondent van de New York Times regelmatig bezocht, zo.
In die tijd was Roj Medvedev ook populair in Nederland. Hij werd niet alleen geciteerd in kranten maar was ook meermaals onderwerp van doctoraalscripties bij vakgroepen Geschiedenis aan Nederlandse universiteiten. Ik bezit van twee toenmalige studenten scripties: de latere SGP-Europarlementariër Bas Belder studeerde in 1989 af op een overzicht van het denken van de historicus en dissident Medvedev tot dan toe, terwijl Otto van de Haar in datzelfde jaar een doctoraalscriptie vervaardigde over Medvedevs waardering van de buitenlandse politiek van de Sovjetunie ten tijde van Stalins opvolger Nikita Chroesjtsjov.[iii]
Daarnaast publiceerde – om me tot een keuze te beperken uit de vele toenmalige literatuur – de uit Tsjechoslowakije gevluchte historicus Hans Renner een groot artikel over hem in de bundel Historici van de twintigste eeuw (1981)[iv] en schreven de Rusland-deskundigen geschiedenis Ab van Goudoever en Jan Willem Bezemer in Spiegel Historiael respectievelijk Internationale Spectator over Medvedev.[v]
Aanleiding voor die publicaties en scripties vormde vooral Medvedevs belangrijkste werk Let Histoy Judge, een monumentale studie die hij eind jaren zestig voltooide en die begin jaren zeventig in het Westen verscheen.[vi] Medvedev begon er aan, bezield door de destalinisatie van Stalins opvolger Nikita Chroesjtsjov, die in februari 1956 zijn ‘geheime’ rede had gehouden voor binnen- en buitenlandse communisten, een afrekening met de ‘persoonlijkheidscultus’ rond Stalin.
Begin jaren zestig bevond de destalinisatie in de Sovjetunie zich op het hoogtepunt. Het waren de jaren dat Alexander Solzjenitsyns Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj met toestemming van Chroesjtsjov persoonlijk werd gepubliceerd. Dat vertelde het leven van een politiek gevangene in de Goelag. Een systematisch onderzoek naar de misdaden van de misdaden onder het stalinisme was er nog niet, al werkte ook genoemde Solzjenitsyn in het geheim aan wat De Goelag Archipel (‘proeve van een artistieke studie’) zou worden.
Maar terwijl De Goelag Archipel de aanval opende op het communisme dat wezensvreemd zou zijn aan moedertje Rusland en Solzjenitsyn de misdaden al bij Lenin liet beginnen, ontzag Medvedev Lenin juist welbewust in Let History Judge. Hij bracht een kunstmatig onderscheid aan tussen Lenin en Stalin. Kunstmatig, want vele studies, onder meer van de befaamde historicus Richard Pipes, hebben duidelijk gemaakt dat Lenin al vanaf 1917 opdracht gaf tot ongebreidelde terreur tegen ‘volksvijanden’.[vii] Overigens was de rode terreur van de bolsjewieken ook nog voordat Stalin de macht had gegrepen al aan het licht gekomen.[viii]
Niettemin was er verschil tussen Lenin en Stalin en dat verschil beklemtoonde Medvedev in Let History Judge: de Georgiër was wraakzuchtig, streefde naar absolute macht en moordde de oude bolsjewistische garde in de terreurjaren (1936-1939) om die redenen uit. Alleen zijn meest slaafse volgelingen bleven over. Zelfs zijn gewillige beulen Genrich Jagoda en Nikolaj Jezjov (foto) werden geëxecuteerd – de revolutie verslindt haar eigen kinderen. Medvedev beschreef in Let History Judge vooral gevolgen van het stalinisme voor de communistische partij en haar leden – een partij waarmee hij affiniteit mee bleef voelen.
Let History Judge is, anders dan Solzjenitsyns Goelag Archipel, niet bedoeld als afrekening met maar als zuivering van het communisme. Het is in wezen een idealistisch geschrift dat vooral over Stalins verraad van het communistische ideaal gaat: verraad van oude kameraden, van goedwillende communisten. Dat de hele samenleving – ook zij die met de communistische ideologie niet veel op hadden – geraakt werd door de terreur komt nauwelijks aan de orde. Het is een boek met een politieke inzet: aan de hand daarvan moesten de communisten leren van de ‘fouten’ en misdaden en terugkeren naar Lenin.
Precies het medicijn dat Chroesjtsjov (foto) voorschreef na zijn aanval op de ‘persoonsverheerlijking’: terugkeer naar Lenin, zonder het van meet af aan dictatoriale fundament van het bolsjewisme wezenlijk aan te tasten.[ix] Dit mag kritisch klinken en zo is dit ook bedoeld. Maar dat neemt niet weg dat Let History Judge een groots boek is met een diep menselijke inzet. Het toont het lijden van de verraden communisten en de sluwe machtsdrift, leugens en het complotterend gedrag van Stalin op weg naar zijn alleenheerschappij. Zo bezien blijft het een van de belangrijkste boeken van de twintigste eeuw.
Het mag een opmerkelijke prestatie heten, zeker in het licht van zijn biografie (en die van tweelingbroer Zjores). Vader Alexander, filosoof en diepgelovig marxist en als politiek commissaris actief tijdens de Burgeroorlog volgend op de staatsgreep van de bolsjewieken, werd in 1938 onder de ogen van zijn zoons en vrouw gearresteerd. Hij kreeg niet meteen de kogel maar werd te werk gesteld in Kolyma, het ijskoude Verre Oosten van de Sovjetunie, waar hij in 1941 aan kanker, uitputting en verwaarlozing stierf. Alexander had grote bewondering gehad voor Lenin, die vereeuwigd werd in een groot gedicht van de dichter Majakovski, dat Roj Medvedev uit zijn hoofd leerde. In de jaren voor zijn arrestatie had Alexander al wel aarzelende bedenkingen over Stalin (foto) maar dat had hem er niet van weerhouden de 11-jarige Roj in 1936 op de schouders te nemen om de vozhd op het Rode plein voor het eerst vanuit de verte te aanschouwen. De showprocessen tegen Grigori Zinovjev en Lev Kamenev, beschuldigd van de moord op Kirov, waren toen volop aan de gang.
Zijn vrouw, de joodse celliste Joelia Reiman, wilde niets meer van het communisme weten maar de beide broers, trouw aan het gedachtengoed van hun vader, wel. Omdat Alexander in 1941 stierf konden de broers de doodsoorzaak in het midden laten: het leek alsof hij door de oorlog was omgekomen. Essentieel voor hun verdere loopbaan, want zoons van ‘een vijand van het volk’ konden niet studeren. Dat konden Roj en Zjores (foto) wel. Ze studeerden respectievelijk filosofie en biologie. Geen neutrale vakken in de Sovjettijd aangezien het marxisme het geloofsartikel was in de (materialistische) filosofie. Ook in de biologie kreeg het marxisme een centrale rol, zeker met het optreden van de landbouwkundige Trofim Lysenko.
Zjores maakte iets eerder en iets gemakkelijker carrière dan Roj: na zijn studie kwam hij – na aanvankelijke bewondering – in conflict met het denken van Stalins (en ook Chroesjtsjovs) tot hof-bioloog gepromoveerde Lysenko (foto). Die leerde dat omgevingsfactoren sterke invloed hadden op erfelijkheid, waarmee bij de kweek van gewassen in de landbouw werd geëxperimenteerd, dit tot schade van de landbouw. Zjores begon steeds kritischer over Lysenko te denken, wat resulteerde in een lijvig manuscript tegen diens opvattingen. Het circuleerde in samizdat en bereikte ook Alexander Solzjenitsyn, die het bewonderde en met wie Zjores bevriend raakte, al kwam de vriendschap vooral van hem en minder van de instrumentele Solzjenitsyn, die Zjores vooral gebruikte voor zijn eigen doeleinden.
Roj was intussen na zijn studie leraar geworden en had zich aanvankelijk gespecialiseerd in de pedagogiek. Hij was, altijd al iets gevoeliger voor het communisme, lid geworden van de Komsomol, de communistische jeugdorganisatie van de Sovjetunie, al hield hij het er niet lang uit vanwege de stalinistische voorschriften. Maar opmerkelijk genoeg trad hij na de destalinisatierede van Chroesjtsjov toe tot de communistische partij, ervan overtuigd dat nu een nieuwe start kon worden gemaakt met de opbouw van het socialisme.
Zoals Zjores Solzjenitsyn leerde kennen, zo maakte Roj kennis met natuurkundige en kerngeleerde Andrej Sacharov (foto), die als geprivilegieerd ‘vader van de waterstofbom’ aanvankelijk weinig kennis had van (de omvang) van de stalinistische misdaden en heel wat kennis ontleende aan het manuscript Laat de geschiedenis oordelen. De twee zouden van elkaar vervreemden nadat Sacharov zijn geloof in het socialisme had verloren.
Met Solzjenitsyn, Sacharov en Roj Medvedev zijn de belangrijkste Sovjet-dissidenten genoemd. Zo althans portretteerde de al genoemde Hedrick Smith het drietal in zijn boek De Russen.[x] Ze waren zeker de meest bekende, hoeveel moedige mensen toen ook hun stem verhieven tegen het regime, zoals Vladimir Boekovski, Aleksander Ginzburg en Anatoli Martsjenko. Van de drie was slavofiel Solzjenitsyn fervent anticommunist, de humanist Sacharov democraat en Medvedev een marxist, neigend naar sociaaldemocratie – maar toch altijd marxist en daardoor dubbelzinnig. Want zijn bewondering voor de dictatoriale Lenin verdween nooit in zijn lange leven en dat gold eveneens voor zijn waardering voor de oktober-revolutie.[xi]
De loyale dissident Roj zou altijd gedoogd worden door de Sovjet-autoriteiten, al was zijn archief eens in beslag genomen (hij had een schaduwarchief elders gestald om verder te werken) en werd hij door de KGB in de gaten gehouden. Maar diezelfde KGB stond tussen 1967 en 1982 onder leiding van Joeri Andropov (foto), die zo geslepen was om Solzjenitsyn in 1973 uit te wijzen en zo (betrekkelijk) onschadelijk te maken, zo hard om Sacharov in 1980 te verbannen naar Gorki en zo slim om Medvedev in het land te houden. De redenen daarvoor zijn uiteenlopend. Omdat Medvedev het communisme-zonder-Stalin bleef steunen kon hij door de beugel bij de partij maar wekte hij argwaan in dissidente kringen met wie hij om die reden steeds meer overhoop lang.
Zo bekritiseerde hij De Goelag Archipel die hem – socialist – veel te anticommunistisch was en veel te kritisch over het bolsjewistische experiment en haar stichter.[xii] Medvedevs kritiek, die Lenin en de revolutie opzichtig spaarde, kon bij de machthebbers op stilzwijgende waardering rekenen, al was het maar omdat die kritiek verdeeldheid zaaide onder dissidenten. Sterker nog, er is wel betoogd dat Andropov, in wiens nalatenschap een exemplaar van Let History Judge werd aangetroffen, heimelijk diens kritiek op de erfenis van het Stalinisme deelde, ook al was hij er zelf een exponent van.[xiii]
Hoe dit zij, Medvedev kon blijven schrijven en deed dat in hoog tempo, vaak alleen maar ook met zijn broer Zjores. Die was begin jaren zeventig door zijn geharnaste kritiek op Lysenko in de problemen gekomen. Hij werd voor gek verklaard en opgesloten maar mede dankzij Roj, die allerlei hulp inschakelde (en daarbij – toen nog wel – steun kreeg van Sacharov en Solzjenitsyn), kwam hij spoedig vrij.[xiv] Zjores werd uitgewezen en zou jarenlang vanuit Londen de wetenschappelijke en financiële belangen van zijn broer behartigen en diens werk onderbrengen bij Engelstalige uitgeverijen. Dat leverde Roj flink wat inkomsten op in de jaren van stagnatie, zoals de Brezjnev-jaren (1964-1982) wel zijn genoemd.
Hij publiceerde in hoog tempo door, vooral over Stalin en de mannen die hem omringden.[xv] En hij bleef kritisch over andere dissidenten die zich frontaal tegen het regime keerden en onder meer de Kroniek van lopende gebeurtenissen startten, waarin niet alleen de geschonden mensenrechten aan de kaak werden gesteld maar waarin de Sovjetunie ook geconfronteerd met de eigen, democratische wetgeving. Het bracht de autoriteiten tot razernij en leidde dikwijls tot lange gevangenschap (en soms de dood) van de activisten. Velen van hen werden ook uitgewezen, al dan niet via een ruil met Sovjetspionnen in het Westen. Toen de dissidenten Pjotr Jakir (1923-1982, foto) en Viktor Krasin (1929-2017) onder loodzware verhoren van de KGB bezweken en verklaringen aflegden over mede-dissidenten kwamen de Medvedevs niet voor hen op maar keurden hun oppositie af als te geharnast.
Onder dissidenten lagen de gebroeders Medvedev dan ook slecht. Anders dan Sacharov en Solzjenitsyn protesteerden ze in de jaren zeventig tijdens de ‘detente’ tussen Oost en West niet stevig tegen het Sovjetregime dat ze nog hoopten te hervormen. Roj Medvedev, gesteund door zijn broer vanuit het Westen, was wel kritisch over het regime maar dan vanuit loyaliteit. Hij wilde het hervormen en verwelkomde Michail Gorbatsjov (foto) als de man die dat moest doen. Hij steunde Gorbatsjov in diens regeerperiode (1985-1991) aanvankelijk dan ook hartstochtelijk. Die Gorbatsjov-periode was zijn beste tijd: zijn werk – ook Let History Judge – werd eindelijk ook in de Sovjetunie gepubliceerd. Hij genoot aanzien als ‘loyaal dissident’ en had voor het eerst toegang tot de archieven, waarmee hij zijn vooral op Oral History gebaseerde meesterwerk Let History Judge ook kon onderbouwen met documenten. In wat later revolutiejaar 1989 zou worden verscheen een herziene en uitgebreide editie van het boek, ook in het Westen.[xvi]
Dat revolutiejaar kwam echter als een schok voor Medvedev, twee jaar later gevolgd door een nog grotere schok: de ineenstorting van de Sovjetunie. Het houdt iets raadselachtigs: het communistische regime, verantwoordelijk voor de dood van hun vader en van talloze anderen betreurd te zien door Roj Medvedev.
Nu het gedaan was met Gorbatsjov (in wie Roj ernstig teleurgesteld was vanwege diens vermeende gebrek aan daadkracht) braken de Jeltsinjaren aan, de jaren ’90 van wildgroei van het kapitalisme en van de grootschalige privatisering van staatsbedrijven. Het waren jaren van chaos, toenemende criminaliteit en verval van Rusland dat als Sovjetunie met alle satellietstaten nog een wereldmacht was geweest en aanzien had genoten.
Het verval vervulde Roj Medvedev met weerzin. Die weerzin had hij dan weer gemeen met zijn opponent Solzjenitsyn, in de jaren ’90 teruggekeerd naar Rusland en nog altijd waarschuwend tegen terugkeer van het communisme maar evenzeer gekant tegen het wilde kapitalisme dat zijn land teisterde. Alsmaar trouw aan het socialisme was Medvedev met anderen na de ondergang van de Sovjetunie een ‘Socialistische Arbeiderspartij’ begonnen maar dat politieke avontuur liep op niets uit. Hij zou de overgebleven communistische partij onder leiding van Gennadi Zjoeganov steunen maar de communisten hadden het geheel verbruid in Rusland.
Een nieuwe leider stond op in de persoon van Vladimir Poetin (foto) en daarmee brak een nieuw hoofdstuk aan in het lange leven van Roj Medvedev. Evenals Solzjenitsyn, die door Poetin met alle egards thuis werd bezocht, steunde hij de nieuwe Russische leider die orde schiep in het door chaos geteisterde land. Twee jaar na diens aantreden schreef Medvedev al een boek over Poetin. Niet verwonderlijk, want de historicus had over alle Sovjetleiders geschreven, van Lenin tot Andropov. Van de laatste was hij een bewonderaar, vermoedelijk ook uit erkentelijkheid nooit te zijn gearresteerd, waarin hij de hand van Andropov vermoedde. Hij werd door de inmiddels tot FSB omgedoopte geheime dienst uitgenodigd een lezing te geven over Andropov en ontmoette Poetin, van wie hij onder de indruk was: dit was de man die de orde herstelde en Rusland waardigheid teruggaf.
Poetin speelde het spel slim: hij keerde zich niet tegen de voormalige dissidenten, hij negeerde hen niet, integendeel: hij omarmde hen en legde hen in de watten. Beroemd is de foto van een bezoek aan een sterk vermagerde Solzjenitsyn, kort voor diens dood in 2008. Ook Medvedev werd door Poetin met alle egards bejegend en dat met nog meer reden, want hij schreef in de afgelopen kwart eeuw meerdere boeken over de ex-KGB-officier en dat zeer waarderend, op het hagiografische af.
Dat blijft wel opmerkelijk: de loyale dissident die last had van de KGB maar wel een reeks hagiografieën over de ex-KGBer Poetin schreef, diens stiekeme gestook in Oekraïne goedkeurde (vanaf 2014) en zelfs de grootscheepse invasie (in 2022) steunde. Solzjenitsyn had mogelijk, als hij nog geleefd had, hetzelfde gedaan als zijn dood in 2008 dit niet verhinderd had. Het leidt tot een onbehaaglijk stemmende veronderstelling: waren Solzjenitsyn en Medvedev dan uiteindelijk toch vooral nationalisten? De een openlijk als slavofiel, de ander bedekt als socialist? In haar studie over de Medvedev-broers rept historica Barbara Martin over ‘the “grey zones” between loyalty and dissent’. Ze schreef het boek vanuit de overtuiging dat haar studie ‘can help us better understand the paradoxes of the times’.[xvii] Dat gold zeker voor de Medvedevs in de Sovjettijd.
Maar in het laatste kwart van zijn lange leven kan Roj Medvedev niet meer grijs worden genoemd. Hij bekende kleur door steeds sterker gebiologeerd (om niet te zeggen: verblind) te raken door ‘leiders’. Niet alleen door Poetin maar ook door de langjarige dictator van de voormalige Sovjetrepubliek Kazachstan, Noersoeltan Nazarbajev (foto). Hij was ervan overtuigd dat de Sovjetunie nog had bestaan als Gorbatsjov Nazarbajev als zijn vicepresident naast zich had gehad (iets dat Gorbatsjov nooit wilde). Natuurlijk schreef hij, leidersbiograaf, ook diens biografie – daarin Nazarbajevs jarenlange dictatuur (1991-2019) over Kazachstan vergoelijkend. Bijna had hij zelfs de biografie van de Belarussische dictator Alexander Loekasjenko geschreven, van wie hij ook al een gunstige indruk had, vooral omdat Loekasjenko’s regime hem deed denken aan de Sovjetunie. Die biografie kwam er uiteindelijk niet, ook al had Loekasjenko hem alle medewerking toegezegd en hem met veel tam tam in Minsk onthaald.
Het is dieptreurig te moeten constateren dat de man die eens zo’n groots en belangrijk werk had verricht – het systematisch beschrijven van de misdaden van Stalin en zijn trawanten – zich in de herfst van zijn leven leende voor hagiografieën van dictators en onderdrukkers. Die werken zijn in het Westen niet of nauwelijks bekend, zo bleek ook uit de necrologieën die na zijn dood op 13 februari jongstleden verschenen. Barbara Martins schets van zijn laatste, toch wel inktzwart te noemen jaren drongen er niet of nauwelijks in door.
Niettemin, de balans opmakend: een mens moet beoordeeld naar zijn beste, niet naar zijn slechtste werk. En dan blijft Laat de geschiedenis oordelen als een monumentaal werk oprijzen in zijn uitgebreide oeuvre, om de redenen die hiervoor zijn genoemd. Dat ook Medvedev dit als zijn belangrijkste werk bleef beschouwen geeft aan dat hij heel wel wist waaraan hij zijn reputatie als historicus te danken had. Die reputatie blijft met recht en reden, al is het na lezing van Barbara Martins studie niet meer een geheel ongeschonden reputatie.
[i] Barbara Martin, Roy and Zhores Medvedev. Loyal dissent in the Soviet Union (Boston 2023).
[ii] Hedrick Smith, De Russen. Dagelijks leven in de Sovjet-Unie (Amsterdam/Brussel 1977) 421-426.
[iii] Bas Belder, Roj Aleksandrovitsj Medvedev: historicus en dissident (Doctoraalscriptie RU Utrecht Vakgroep Geschiedenis); O. van de Haar, Een Sovjetrussisch dissident historicus over de buitenlandse politiek van de USSR in de Chroesjtjsjov-era (1956-1963) (Doctoraalscriptie Universiteit van Amsterdam Vakgroep Geschiedenis). [Ik dank beiden voor hun scriptie].
[iv] Hans Renner, ‘Roj A. Medvedev (geb. 1925)’, in: A.H. Huussen jr., E.H. Kossmann, H. Renner (red.), Historici van de twintigste eeuw (Utrecht/Antwerpen 1981) 347-364.
[v] A.P. van Goudoever, ‘Roj Medvedev – historicus en dissident’, in: Spiegel Historiael 8 (1973) 309-312; Jan Willem Bezemer, ‘Roj Medvedev over de Grote Terreur’, in: Internationale Spectator 26 (1972) 606-618.
[vi] In het Nederlands verschenen onder de titel Laat de geschiedenis oordelen. Ontstaan en gevolgen van het Stalinisme (Amsterdam 1973). Vertaler Pieter de Smit maakte bij zijn vertaling zowel gebruik van de Engelse vertaling als van gedeelten van het Russische manuscript.
[vii] Richard Pipes, De onbekende Lenin (Amsterdam 1998).
[viii] S.P. Melgoenov, De roode tereur in Rusland (Zutphen 1928).
[ix] Dat Roj Medvedev de binnen- en buitenlandse politiek van Chroesjtsjov onverkort steunde is overtuigend aangetoond door Otto van de Haar in zijn doctoraalscriptie (zie noot 3).
[x] Hedrick Smith, De Russen, 415-438.
[xi] Vgl. zijn The October Revolution (London 1979).
[xii] Roj Medvedev, ‘On Solzhenitsyn’s Gulag Archipelago’, in: Kathryn Feuer (ed.), Solzhenitsyn. A collection of critical essays (New Yersey 1976) 96-112.
[xiii] Vgl. Martin, Roj and Zjores Medvedev. Loyal dissent in the Soviet Union.
[xiv] Ze schreven samen een boek over deze episode, ook in het Nederlands vertaald. Roj en Zjores Medvedev, Wie is er gek? (Amsterdam 1971). Vgl ook: https://wimberkelaar.com/2018/11/23/bepaald-niet-gek-bij-de-dood-van-zjores-medvedev-14-november-1925-15-november-2018/
[xv] Vgl. onder meer Roj Medvedev, All Stalin’s Men (London 1983).
[xvi] Roj Medvedev, Let History Judge. The Origins and Consequenses of Stalinism. Revised and Expanded Edition. Edited and Translated by George Shriver (Oxford 1989).
[xvii] Barbara Martin, Roj and Zjores Medvedev, 3.


















