
2 mei is de geboorte dag van schrijver, communist, activist en homoseksueel Jef Last (1898-1972). Wie kent en leest hem nog? Een bekende uitdrukking luidt: ‘Wie schrijft, die blijft’. Die uitdrukking veronderstelt dat wie maar veel publiceert, na zijn dood niet vergeten zal worden. Immers, er liggen boeken en soms zelfs een heel oeuvre, genoeg dus om iemand in herinnering te houden. Jef Last is het bewijs dat de uitdrukking een hardnekkige mythe is. Hij kreeg in 2021, bijna dertig jaar na zijn dood nog even een naleven door de biografie Bestaat er een raarder leven dan het mijne? Jef Last 1898-1972 die Rudi Wester over hem schreef. Dit artikel is een bewerking van een recensie die in 2021 in het Nederlands Dagblad is verschenen.
Ik sla er nog weleens enkele handboeken over de geschiedenis van de Nederlandse literatuur op na om te lezen over al die vergeten schrijvers die ooit een beknopte bespreking kregen. In de 28ste druk van Literatuur. Geschiedenis en bloemlezing 2 (1975) wijdt H.J.M.F. Lodewick een klein stukje aan Last, dat begint met de zin: ‘Van Jef Last kunnen wij zeggen dat zijn omvangrijke oeuvre ongelijk van waarde is’. Ton Anbeek is in zijn Geschiedenis van de Nederlandse literatuur tussen 1885 en 1985 (1990) nog beknopter en noemt hem slechts in één adem met andere schrijvers die veel engagement in hun werk legden en zich als navolgers lieten kennen van de Russische (en communistische) schrijver Ilja Ehrenburg, die reportageromans schreef over het sociale-economische leven. In dit millennium lijkt Last helemaal uit de literatuurgeschiedenis te zijn verdwenen. In de grote geschiedschrijving Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005 (2006) van Hugo Brems komt Last zelfs helemaal niet voor.
Maar dankzij zijn trouwe biografe Rudi Wester is Last (foto) weer even helemaal terug. Trouwe biografe, want Wester heeft meer dan dertig jaar gewerkt aan haar biografie. Dat is wat lang, maar als verontschuldiging mag gelden dat Last, naast een enorm oeuvre, ook ongepubliceerde memories heeft nagelaten. En bovendien: het resultaat telt. Wester heeft een zeer leesbare biografie geschreven over een man die een verbluffend gecompliceerd leven leidde.
Om te beginnen werd Last geboren in een goed burgerlijk milieu (zijn vader was onder meer hoofdinspecteur van de arbeid, destijds een aanzienlijke functie), maar het gezin verhuisde om de haverklap. En wat erger was: de ouders ruzieden permanent. Hij was de oogappel van zijn moeder maar verlangde naar een sterke vader die hem goedkeuring zou verlenen, schrijft Wester. Ze bedrijft vervolgens psychologie van de koude grond, maar wel aannemelijke psychologie: de jongen Jef Last zou in zijn volwassen leven voortdurend op zoek zijn naar vaderfiguren en naar gemeenschap. En tegelijkertijd was en bleef hij een individualist, ook al omdat zijn eigenwijze karakter hem dikwijls in botsing bracht met anderen.
Last zette zich af tegen zijn burgerlijke milieu en idealiseerde de opkomende arbeidersbeweging, die zich in Nederland onder leiding van Pieter Jelles Troelstra (foto), de voorman van de sociaaldemocratie, in het Interbellum steeds sterker manifesteerde. Last wilde een met arbeiders en ging werken als landarbeider en mijnwerker om maar zo dicht mogelijk bij deze geïdealiseerde mensen te zijn. Daar kwam iets belangrijks bij: hoewel hij trouwde met een vrouw die ook al uit de betere kringen kwam, ontdekte Last al vroeg dat hij homoseksueel was. Hij zag in de arbeidersklasse niet alleen de toekomst van de mensheid liggen, zoals het marxisme leerde, maar hij viel gewoonweg ook seksueel op arbeiders.
Omdat homoseksualiteit voor 1970 nog zwaar in de taboesfeer lag, bleef Last gehuwd en kreeg zelfs drie dochters, al onderhield hij verscheidene relaties met mannen. Politiek werd hij, onder invloed van het opkomende nationaalsocialisme in Duitsland, steeds linkser. Teleurgesteld in de sociaaldemocratie stapte hij in 1933 over naar de communisten. Een theoretisch communist werd hij nooit: Marx en Lenin (foto) las hij niet, Last was een man van de praktijk.
En hoe. Na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog (in 1936) nam hij dienst in het leger van de Spaanse republikeinen en vocht vol overgave en met heldenmoed tegen de fascisten van generaal Franco. Maar Last werd, zoals alle republikeinen, tegengewerkt en verraden door de communisten, die hem achter zijn rug belasterden en daarbij zijn homoseksualiteit tegen hem gebruikten. Pas toen besefte Last dat hij bij de communisten helemaal niet thuis hoorde en trad in 1938 uit de partij.
Last had er beter aan gedaan een voorbeeld te nemen aan zijn vriend André Gide (foto). Deze Franse schrijver (en in 1947 Nobelprijswinnaar voor de literatuur) is de grote figuur in zijn leven. Hij bezocht met Last als aanvankelijk bewonderaar in 1936 de Sovjetunie, maar keerde gedesillusioneerd terug na het zien van de ongelijkheid en het onrecht in het land. Voor Last duurde het nog twee jaar voor hij van zijn communistische geloof afviel. Hij had met Gide zijn homoseksualiteit gemeen, maar leerde van hem eerlijker te zijn over zijn seksuele voorkeur, ook al leverde dat spanningen op in het huwelijk. Dat werd even ontbonden maar Last en zijn vrouw konden niet zonder elkaar en trouwden na de Tweede Wereldoorlog opnieuw, zij het dat het huwelijk iets van een zakenrelatie kreeg.
Wat Last intussen maar niet van Gide leerde, is met enige afstand te kijken naar de politiek. Na de oorlog promoveerde hij in de Sinologie en wierp zich op als bemiddelaar tussen Oost en West. Hij woonde tussen 1950 en 1953 in Indonesië, waar hij weer teleurgesteld raakte in de Indonesiërs, zoals hij eerder teleurgesteld was geraakt in de weinig revolutionaire arbeidersklasse.
Biografe Wester is wat al te vergoelijkend over zijn soms dwaze, want zeer naïeve idealisme, zoals ze ook zijn schrijverschap iets teveel waardeert. Want het mag dan waar zijn dat de boeken van Last in het Interbellum behoorlijk verkochten, als schrijver stond hij toch aanzienlijk minder in aanzien dan Menno ter Braak, S. Vestdijk en E. du Perron (foto Emiel van Moerkerken). Als Lasts voornaamste bijdrage aan de letterkunde moet, behalve zijn verslag over de Spaanse Burgeroorlog (De Spaansche tragedie, 1938), misschien de roman Zuiderzee (1934) worden genoemd, een eerste voorzichtige beschrijving van homoseksualiteit.
Die homoseksualiteit maakte van Last een eeuwige buitenstaander. Die bezorgde hem last en spanning, maar maakt ook de kracht uit van zijn persoonlijkheid: uiteindelijk was hij, evenals zijn vriend en held Gide, altijd eerlijk en bleef hij nooit onderworpen aan opgelegde discipline. Gaandeweg deze prettig geschreven biografie voel je als lezer dan ook steeds meer sympathie voor deze gekwelde en complexe persoonlijkheid, al zijn vreemde politieke bokkensprongen ten spijt.





