Onlangs maakte de Amerikaanse journalist Robert Kaplan een behartenswaardige opmerking in een interview in de Volkskrant. Hij trok een vergelijking tussen Hitler en Poetin. Niet zo vreemd als het lijkt. Immers, zoals Hitler in 1938 de kaart speelde van de Sudeten-Duitsers en het bestaansrecht van Tsjechoslowakije niet erkende, zo erkent Poetin het bestaansrecht en de zelfstandigheid van Oekraïne niet. En toch is er een groot verschil tussen Hitler en Poetin, aldus Kaplan: Hitler was altijd al wie hij was, terwijl Poetin in de loop der jaren veranderd is – of althans, die indruk wekt. Lezing van het boeiende boek Vladimir van de Rus Stanislav Belkovski (waarvan de eerste editie in 2013) verscheen, maakt duidelijk wat Kaplan bedoelt: anno 2013 werd Poetin toch vooral voorgesteld als een president die niets anders wilde dan stabiliteit en daarbij functioneerde als een soort van zaakwaarnemer voor bevriende oligarchen.
Het is voor wie de gruwelijke oorlog in Oekraïne voor ogen houdt bevreemdend zinnen te lezen als ‘Poetin is nooit actief geweest als buitenlandse spion, zoals iedereen schijnt te denken. Sterker nog, kan zelfs niet worden vereenzelvigd met het systeem van de KGB ten tijde van de Sovjet-Unie’. Belkovski (foto) was anno 2013 duidelijk onder de indruk van de schijnbaar onkreukbare Poetin, die de failliete boedel overnam van Boris Jeltsin, over wie Belkovski zeer kritisch bericht.
Niet ten onrechte: Jeltsin deed het land in de uitverkoop en schuwde ondemocratische middelen niet om aan de macht te blijven, daarbij gesteund door oligarchen, voorop Boris Berezovski, die zich in 2013 verhing. Althans, Belkovski gaat uit van zelfmoord nadat Berezovski in Engeland een rechtszaak had verloren tegen Poetin-vertrouweling en mede-oligarch Roman Abramovitsj. Belkovski maakt er in zijn boek geen geheim van dat hij enige tijd op de loonlijst van Berezovski heeft gestaan en sympathie voor hem koestert.
Tegelijkertijd oordeelt hij vlijmscherp over dezelfde Berezovski (foto), die hij omschrijft als een ‘schizofreen’, die zijn wereld niet als vijandig ervaart en die wel het onderspit moest delven in de confrontatie met de ‘paranoïde’ Poetin. Het merkwaardige is dan wel weer dat Belkovski Poetin omschrijft als iemand die zijn ‘zogenoemde vijanden’ in leven liet en bijna nooit heeft laten ombrengen. Vreemd: een paranoïa-lijder is doorgaans zeer wraakzuchtig en uit op de (geestelijke of fysieke) ondergang van zijn tegenstanders.
Kortom, hier wringt iets. Belkovski is vermoedelijk, zoals zoveel Russen en anderen, de eerste jaren van het Poetin-bewind onder de indruk geraakt van de Russische president. Hij omschrijft Poetin als een man die zich nauwelijks laat kennen, maar dat verhindert hem toch niet positief over de ‘sfinx’ te berichten. Terwijl er ook voor 2013 al genoeg tekenen waren om te zien dat Poetin volstrekt niet deugde. Belkovski schrijft enigszins over Poetin zoals er voorheen ook over Hitler is geschreven. De Führer werd door veel Duitsers zielig gevonden, omringd als hij zou zijn door een bende schurken. Als Hitler eens wist wat er in zijn naam zou worden uitgespookt, dan zou hij wel ingrijpen…
Belkovski neemt Poetin anno 2013 ook al te opzichtig in bescherming waar het aankomt op de moord op Alexander Litvinenko (foto) in 2005. Deze ex-geheim agent van de KGB zou door opvolger FSB niet al te serieus worden genomen. Maar waarom dan toch in Londen vergiftigd met polonium door twee agenten van die dienst? Belkovski betwijfelt zelfs dat vergiftiging de doodsoorzaak is en meent dat Poetin er niets mee van doen heeft.
Zoals Poetin ook niet blij zou zijn met de dood van journaliste Anna Politkovskaja in 2006, want haar gewelddadige dood zou hem meer schaden dan haar journalistieke onthullingen. Hoogst twijfelachtig, deze beweringen. Ook toen al lijkt Poetin al (heimelijk) te hebben geleefd vanuit het adagium dat wel aan Stalin is toegeschreven: ‘geen mensen, geen problemen’.
Dat Belkovski de neiging heeft Poetin anno 2013 nog zo in bescherming te nemen, is ook toe te schrijven aan de sluwe manier van opereren van Poetin. Hij deed zich graag voor als de man die voor orde en stabiliteit zorgde, hij leek niet corrupt (iets dat door Navalny’s beelden van het gigantische geheime paleis enkele jaren geleden definitief is ontmaskerd), hij nam nooit de verantwoordelijkheid voor de moorden maar trok een rookgordijn op, waarbij het raden was wie er verantwoordelijk voor was en, last but not least, hij koketteerde met dissidenten uit het Sovjettijdperk die hij van tijd tot tijd met een bezoek vereerde, zoals Alexander Solzjenitsyn (foto) en Ljoedmila Aleksejeva.
Het werpt de vraag op: was Poetin in de eerste tien jaar van zijn presidentschap dan toch een hervormer? Dat hij voor een hervormer is gehouden, heeft te maken met de kortstondige periode dat hij in de schaduw van Anatoli Sobtsjak (foto) opereerde, de liberale burgemeester van Leningrad. Voor die tijd was Poetin een zoekende, gefrustreerde en (letterlijk) stiekem ogende KGB-agent, middelmatig en niet begiftigd met veel charisma. Maar hij was wel dienstbaar en in zijn dienstbaarheid, sluw, precies wetend hoe hij zijn meester – eerst Sobtsjak, later Jeltsin – kon dienen, zich zeer bewust van hun zwakheden, vooral die van Jeltsin.
Poetin begon met een groot voordeel: na het bewind-Jeltsin (1991-2000) kon het alleen maar beter worden. Het land was in de uitverkoop gegaan, de armen waren nog meer verarmd dan in de Sovjettijd, het wilde kapitalisme had Rusland aan de rand van de afgrond gebracht. Poetin keek eerst kat uit de boom, omringde zich veiligheidshalve met vertrouwelingen uit Leningrad (sinds 1991 weer: Sint-Petersburg) maar was er zeer beslist op uit de oligarchen die geprofiteerd hadden van de Russische uitverkoop van staatsbezit in de jaren negentig onder controle te brengen. Zo geschiedde, met als grootste schandaal de opsplitsing van het bedrijf Joekos van de miljardair Michael Chodorkovski.
Belkovski, die veel over Chodorkovski (foto) berichtte tijdens de Joekos-affaire, kan zijn minachting voor de man die zijn stem verhief tegen Poetin en een vorm van democratie en inspraak vroeg, niet verbergen. En ongetwijfeld zal er aan Chodorkovski van alles gemankeerd hebben, maar om Poetin nu het voordeel van de twijfel te geven in deze… Hoe dan ook heeft het onder controle brengen van de oligarchen Poetin geen windeieren gelegd: het bezorgde hem populariteit in Rusland en ook wel in het buitenland, waar hij als een strenge maar rechtvaardige president werd beschouwd. Een sterke man bovendien, wiens stoere optreden in het openbaar bewondering afdwong, nu hij (als een eigentijdse Mussolini) met ontbloot bovenlijf op een paard zat en acteerde op de Judomat. Poetin, dat was pas een vent!
Dat die vent zich al die tijd niet alleen had ontpopt als een moordenaar of tenminste als iemand die welbewust wegkeek van moord (Litvinenko, Anna Politkovskaja (foto), Boris Nemtsov), dat maakte Rusland en de wereld niet zoveel uit. Dat die vent in 2008 de fout van de Georgische president Saakasjvili om Zuid-Ossetië te willen terugveroveren genadeloos afstrafte en sindsdien steeds meer van Georgië probeert af te snoepen – de wereld vergaf het hem. En dat deed ook Belkovsksi anno 2013.
En toen kwam Oekraïne. Voor de Nederlandse editie van zijn boek heeft Belkovski in 2014 speciaal een nieuw hoofdstuk aan zijn boek over Poetin toegevoegd. En het moet gezegd: dat hoofdstuk behoort tot het beste dat het boek bevat. Het is alsof bij Belkovski eerst met de agressie van het Poetin-regime tegen Oekraïne het besef doordrongen is dat hier niet zomaar een pragmatisch, zakelijk politicus aan het bewind (meer) is maar een gedreven ideoloog die Oekraïne zelfstandigheid ontzegt. Belkovski laat zien hoezeer Poetin stookte in het land door zich te bedienen van Viktor Medvedtsjoek (foto), een geslepen Oekraïens politicus over wie je tegenwoordig vrijwel niets meer hoort maar die je de Konrad Henlein van de met Rusland heulende separatisten zou kunnen noemen.
Belkovski kon niet verder kijken dan 2014, beschreef nog wel de annexatie van De Krim, dat Poetin nooit zal opgeven. Hij kon nog niet weten dat Poetin het schijnbaar ondenkbare zou doen: een grootschalige en bloedig oorlog tegen het gehate Oekraïne beginnen, bedoeld om de regering-Zelensky uit te schakelen en Oekraïne te degraderen tot een satellietstaat.
Ontmoedigd door het drieste optreden van Poetin in Oekraïne, eindigt Belkovski zijn boek met de wat slappe aanbeveling dat de Russische president het best in therapie kan bij paus Franciscus (foto) die anno 2014 nog op redelijk goede voet stond met het Kremlin. Dat moment is wel voorbij, nog afgezien van de juiste en nog altijd geldige vraag van Stalin over het pauselijk gezag (‘hoeveel divisies heeft de paus?’). Er is geen weg terug meer voor Poetin: hij moet Oekraïne onderwerpen, al lijkt dat nauwelijks nog een haalbare kaart na de moedige en hardnekkige tegenstand van de Oekraïners. Een rustige oude dag lijkt er ook niet meer in te zitten.
Terug naar de vergelijking van Robert Kaplan (foto): Poetin was Hitler aanvankelijk niet, zo valt wel af te lezen aan het boek van Belkovski die niet onkritisch tegenover zijn hoofdpersoon wil staan en die diens eerste decennium aan de macht desondanks verregaand vergoelijkt. Dat kwam niet louter voort uit wensdenken van Belkovski, zijn beschouwing laat zien dat Poetin de laatste jaren is geradicaliseerd. De altijd al sluimerende ideoloog, die de ondergang van het Sovjetrijk het grootste drama van zijn leven heeft genoemd, heeft het definitief van de pragmaticus overgenomen.
Het gevleugelde woord van de Britse historicus Lord Acton is op Poetin van toepassing: ‘power corrupts, absolute power corrupts absolutely’: toen zijn macht nog (enigszins) begrensd leek, was hij al corrupt maar nog (schijnbaar) beheerst, toen de macht hem naar het hoofd steeg en hij nog slechts omringd werd door onderdanige satrapen (daarbij gesterkt door de coulance van het Westen dat [al te] veel door de vingers zag) toen steeg de macht hem naar het hoofd. De Oekraïners betalen daarvoor een verschrikkelijke prijs.











