Over ‘Voorbij de verboden drempel’, H.W. von der Dunks scherpzinnige doordenking van de Holocaust

drempelOnlangs maakte ik in een tweegesprek met Jos Palm voor het historisch radioprogramma OVT van de VPRO een podcast over Voorbij de verboden drempel. De Shoah in ons geschiedbeeld van H.W. von der Dunk. Ik beschouw dit als een van zijn beste boeken. Waarom? Omdat hier geen simpele beschrijving wordt geboden van het drama dat zich tussen 1940 en 1945 voltrok. Voorbij de verboden drempel is een scherpzinnige doordenking van de Jodenvervolging en de Holocaust. Het boek neemt in de toch uitgebreide geschiedschrijving over de Jodenvervolging een heel eigen plaats in. (De OVT-uitzending in de serie ‘Het laatste woord’ is overigens hier terug te luisteren: https://www.vpro.nl/speel~WO_VPRO_13093947~afl-21-voorbij-de-verboden-drempel-de-shoah-in-ons-geschiedbeeld-het-laatste-woord~.html)

In het vorige artikel op deze website (https://wimberkelaar.wordpress.com/2018/09/04/h-w-von-der-dunk-onafhankelijk-en-onverschrokken-historicus-die-steeds-meer-cultuurpessimist-werd/) heb ik Von der Dunk getypeerd als een onafhankelijk en onverschrokken historicus. Die onafhankelijkheid en onverschrokkenheid kenmerken zijn hele oeuvre maar komen nergens zo goed tot uitdrukking als in Voorbij de verboden drempel. Het is, zoals hijzelf in de inleiding al aangeeft, een ‘boek over boeken’, geen oorspronkelijk onderzoek, gebaseerd op onderzoek in de archieven. In feite is het een uitgebreid essay, waarin alles rond dit beladen thema wordt gewogen, zwaar genoeg en soms te licht wordt bevonden.

Nolte 2De directe aanleiding voor het boek vormde de Historikerstreit in Duitsland, losgebarsten na een onomwonden provocatie van Ernst Nolte (foto), die niet alleen had geopperd dat Hitler zijn idee voor een volkerenmoord had ontleend aan de Rode Terreur die Lenin en zijn bolsjewieken onmiddellijk na de staatsgreep in 1917 hadden uitgeoefend. Nolte had nog iets anders geopperd: Chaim Weizmann, leider van de zionistische wereldorganisatie, zou met zijn verklaring in september 1939 dat de Joden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog de kant van Engeland kozen Hitler tot zijn massamoord hebben geprovoceerd.

Von der Dunk maakte in Voorbij de verboden drempel terecht korte metten met deze onzin. Hitler reageerde niet op Weizmann, maar Weizmann op Hitler. Na jarenlange discriminatie en uitsluiting van Joden, culminerend in het geweld tijdens de Reichskristallnacht, chaim-weizmankwam Hitler in zijn beruchte Rijksdagrede van 30 januari 1939 met het dreigement dat een nieuwe wereldoorlog tot ‘de vernietiging van het Joodse ras’ zou leiden. Wat kon de machteloze Weizmann (foto) in het licht van dit geweld en deze dreigementen anders doen dan de zijde van de Britten kiezen?

Tegenover de andere inbreng van Nolte stond Von der Dunk minder eenduidig, zo blijkt uit Voorbij de verboden drempel: hij onderkende dat – onder meer via Baltische Duitsers als Alfred Rosenberg en Max-Erwin von Scheubner Richter, al noemde Von der Dunk hen niet – in Duitsland heel wat over de Rode Terreur doordrong, nog afgezien van de denkbeelden over de ‘Aziatische wreedheid’, die in het ‘völkisch’ denkende deel van Duitsland gemeengoed waren.

Maar Von der Dunk bestreed terecht dat deze denkbeelden Hitlers antisemitisme zouden hebben gevormd. Hitler had voor zijn Jodenhaat het bolsjewisme niet nodig. Die stak dieper: Joden zouden volgens Hitler niet alleen via het communisme maar ook via het kapitalisme streven naar wereldheerschappij. Von der Dunk weerlegde Nolte dus terecht op beide punten, maar het hele boek door worstelde hij met de vraag of de Holocaust als een uniek en eenmalig gebeuren in de geschiedenis kan worden beschouwd.

Jacques_PresserHij hekelde in Voorbij de verboden drempel nog eens Pressers ‘vlammende aanklacht’ Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom, zoals hij dat al kort na de publicatie van dat boek in 1965 had gedaan in een destijds niet gepubliceerd maar later gebundeld artikel. In Voorbij de verboden drempel heette het: ‘Zijn (=Pressers) werk is een voorbeeld van geschiedenis als herdenking, waarbij de emotionele identificatie met de slachtoffers discutabel uitgangspunt vormt.’

Dat Presser geen aandacht schonk aan de voorgeschiedenis van de Tweede Wereldoorlog beschouwde Von der Dunk als een fout, die hij in Voorbij de verboden drempel wenste te vermijden. Dat deed hij en hoe: de helft van het boek bevatte een geschiedenis van twintig eeuwen antisemitisme, hier en daar in barokke, lange zinnen, die je soms tweemaal moet lezen. Wie hem gekend heeft, hoort Von der Dunk druk pratend en gesticulerend voor zich bij het lezen van Voorbij de verboden drempel. Wie zich vertrouwd maakt met zijn lange zinnen treft veel dat de moeite van het overdenken waard is. Om te beginnen zijn analyse van Jodendom-christendom als een vader-zoon-relatie. Die ‘religieus-incestueuze’ relatie tussen Jodendom en christendom zou er, aldus Von der Dunk, toe hebben geleid dat ‘de zoon’ (het christendom, immers geboren uit het Jodendom) ‘de vader’ (het Jodendom) naar het leven stond, om zo de enige echte godsdienst te zijn.

joden RomeEn tegelijk constateerde Von der Dunk dat de Joodse godsdienst van meet af aan een struikelblok vormde voor integratie van de Joden in het Romeinse rijk. Hij schreef: ‘De uitzonderlijk verregaande identificatie tussen geloof en volksbewustzijn, de leer van het bijzondere verbond tussen die ene onzichtbare God Jahweh en dit volk, was altijd al een struikelblok gebleken voor een politieke integratie van het joodse volk binnen een groter staatsverband.’

Zo was het en zo zou het blijven, zeker na de verheffing van het christendom tot staatsgodsdienst, waarna de nog ongedeelde Kerk Israël meende te hebben vervangen. De Reformatie stond dubbelzinniger tegenover de Joden: enerzijds beschouwden protestanten Joden als het uitverkoren volk, anderzijds bleef ‘stamvader’ Luther (afbeelding) een schaamteloos Jodenhater. LutherDe Verlichting bood Joden uiteindelijk wettelijke gelijkstelling maar eiste van hen impliciet (en soms expliciet) wel dat ze zich assimileerden, wat een deel van de Joden deed maar een ander deel niet.

Scherpzinnig schreef Von der Dunk over de positie van de Joden in de twintigste eeuw, geconfronteerd met een nieuw antisemitisme. Naast het eeuwenoude christelijk ‘anti-judaïsme’ had zich een sociaal-darwinistisch antisemitisme gemeld dat Joden – hetzij gelovig, hetzij seculier – geen enkele ruimte liet, nu Joden als een ‘ras’ werden gedefinieerd. Zoals Von der Dunk noteerde: dit nieuwe antisemitisme ‘versterkte weer het solidariteitsgevoel ook bij de geassimileerden, die het geloof al lang hadden afgezworen.’ De Jodenhaat maakte dat de assimilanten een ‘negatief zelfbewustzijn’ ontwikkelden, dat zijn oorsprong vond in de beeldvorming van antisemieten. ‘Daarbij werkte ook de oude religieuze uitverkorenheidstopos door; nu in geseculariseerde omkering.’

Von der Dunk waagde zich ook aan de beladen vergelijking tussen het völkische racisme en de stamgedachte bij Joden. Bij het racisme ging alles terug op het afstammingscriterium: tot welk volk/ras behoort een individu? Ook bij Joden speelt het afstammingscriterium een belangrijke rol: voor de Joodse wet is (en blijft) een Jood een Jood als hij of zij een Joodse moeder heeft. Maar daarmee houdt iedere vergelijking op. Bij Joden geldt, zo Von der Dunk, het afstammingscriterium als ‘een moreel gebod’ en niet als een ‘mechanische natuurwet’.

Met andere woorden: seculiere Joden kunnen door orthodox-gelovige Joden dan wel de maat genomen worden als ze zich niet houden aan de (godsdienstige) Joodse wet, maar afvalligheid is mogelijk, zeker na de komst van de Verlichting, toen het liberalisme terrein won en Joden zich meer als individu konden ontplooien dan voorheen. Seculiere Joden mochten (en mogen) dan wel geminacht en gewantrouwd worden door orthodoxe Joden, ze kunnen zich onttrekken aan deze geestelijke dwang. armeenseZo is het Joodse afstammingscriterium anders dan het biologische racisme dat de ene groep als superieur acht aan de andere en vervolgens tot uitsluiting en vernietiging overgaat.

Uitsluiting en (gedeeltelijke) vernietiging heeft ook de Armeniërs (foto) in het Osmaanse rijk tijdens de Eerste Wereldoorlog getroffen, maar de systematiek waarmee de nazi’s de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoordden, deed Von der Dunk in Voorbij de verboden drempel concluderen dat de Holocaust geldt ‘als meest indringende voorbeeld van het vermogen van de mens, om juist in de moderne tijd, tegelijk met de technische en wetenschappelijke grenzen eveneens morele te overschrijden. Het voorbeeld van satanische perfectie en perfect satanisme.’ Het zijn de slotwoorden van een indringend essay over het grofste schandaal van de toch al van schandalen bol staande de twintigste eeuw.