Onlangs zat ik aan bij een etentje waarbij de Russische filosoof en dissident Alexander Zinovjev (1922-2006) ter sprake kwam. Een van de aanwezigen vertelde afgestudeerd te zijn op een scriptie over Zinovjev. Die scriptie interesseerde me zeer: ik las jaren geleden de grote boeken van de wetenschapsfilosoof die in 1978 verbannen werd uit de Sovjet-Unie na de publicatie van Gapende hoogten, dat te lezen valt als een satire op het communisme en dat juist om die reden door de autoriteiten beschouwd werd als zeer schadelijk voor de reputatie van het ‘reëel bestaande socialisme’.
De scriptie over Zinovjev interesseerde me ook vanwege de auteur: de onvolprezen journalist en slavist Alexander Münninghoff (foto). Hij had na een lange (en wat mij betreft imposante) journalistieke loopbaan besloten alsnog af te studeren in de slavistiek, een studie die hij lang daarvoor was begonnen. Münninghoff was zo vriendelijk me de scriptie toe te sturen en het moet maar meteen gezegd: het is een uitstekend werk, verschenen in het jaar (2006) van overlijden van de dissidente filosoof.
Münninghoff kent het werk van Zinovjev goed, maar heeft het niet bij lezing van diens boeken gelaten maar de man door de jaren heen ook diverse malen uitvoerig gesproken, wat onder meer zijn weerslag vond in een interview dat in augustus 1984 in de Haagse Post werd afgedrukt onder de prikkelende kop ‘Ze hebben Sacharov (foto) terecht verbannen’, waarmee hij doelde op de verbanning van de dissident en diens vrouw Jelena Bonner naar Gorki in 1980.
Het was al bekend dat de dissidentenbeweging in de Sovjet-Unie bepaald geen eenheid was, maar Zinovjev kan wel als hét buitenbeentje worden beschouwd. Hij had niets op met andere dissidenten en was er zelf een tegen wil en dank. Omgekeerd moesten de twee (in het Westen) bekendste dissidenten, Sacharov en Solzjenitsyn, op hun beurt niets hebben van de ‘soevereine rebel’, zoals Zinovjev zichzelf in zijn autobiografie omschreef.
Er zaten dan ook lichtjaren tussen deze (en andere) dissidenten en de filosoof. Waar Sacharov en vooral Solzjenitsyn hoopten op de ondergang van het communisme en op een morele wedergeboorte van het Russische volk, daar was en bleef Zinovjev eigenlijk zijn leven lang communist. Hij beschouwde andere dissidenten als mensen die niets van de Sovjetsamenleving begrepen en daar op een gegeven moment welbewust buiten stonden, terwijl hij (Zinovjev) er deel van uitmaakte.
Maar vraag niet hoe. Münninghoff gaf zijn scriptie de prachtige titel ‘de grote niettegenstaande’ mee: Zinovjev zag de grauwe realiteit van het ‘reëel bestaande socialisme’ wel maar aanvaardde die niet. Hij behield een ideaalbeeld van het communisme, opmerkelijk voor iemand die in De werkelijkheid van het communisme (1981) schreef dat in de communistische maatschappij van de Sovjet-Unie en elders geen rekening werd gehouden met ‘de onveranderlijke eigenschappen van het bouwmateriaal van die maatschappij, de mens’.
Alexander Zinovjev, in 1922 geboren in een groot gezin in een dorpje in de Sovjet-Unie, was van meet af aan bezield door het communistische ideaal. Als zoveel scholieren in de Sovjet-Unie in de jaren dertig las hij de Korte leergang van de geschiedenis van de CPSU, een aan Stalin (foto) toegeschreven werk dat barstte van geschiedvervalsing. Ook Stalins Vraagstukken van het leninisme stond op het programma. Daar bleef het voor Zinovjev niet bij: in Herinneringen aan een soevereine rebel schreef hij ‘schik’ te krijgen in het lezen van Hegel en Marx.
De jonge idealist raakte al snel teleurgesteld in Stalin. Tegen Münninghoff merkte Zinovjev in 2005 op dat Stalin de communistische idealen niet verwezenlijkte en diende te verdwijnen. De 17-jarige Zinovjev zou daartoe persoonlijk bijdragen door Stalin te vermoorden. Of zoals hij het in Herinneringen aan een soevereine rebel verwoordde: ‘Ik zou in één klap een bijdrage kunnen leveren aan de geschiedenis van de mensheid’.
Een onbezonnen en levensgevaarlijk plan in een land waar de Grote Terreur in 1939 dan wel over zijn hoogtepunt heen was, maar waar mensen nog steeds om niets konden verdwijnen. De samenzwering (er waren andere jongeren bij betrokken) lekte uit en leidde tot Zinovjevs arrestatie. Dat hij er relatief goed van afkwam, schrijft Münninghoff toe aan de idealistische communistische motieven van Zinovjev, die zijn verhoorders leken te ontdooien.
Wie leest over de gruwelijke terreur onder Stalin wrijft zijn ogen uit over het lot van Zinovjev. In november 1939 had de rechter-commissaris besloten dat de idealistische communist Zinovjev toch wel nuttig zou kunnen zijn: hij zou dienst kunnen doen als verklikker en zou een speciale woning toegewezen krijgen, waarin hij al zijn vrienden en kennissen zou kunnen ontvangen en hun denkbeelden zou kunnen verklikken aan de NKVD. In november 1939 verliet Zinovjev strafgevangenis Lubjanka onder begeleiding van twee bewakers. Die waren documenten vergeten en geboden hem even buiten te wachten in de ijzige kou.
Hij deed dat niet en liep weg, wat in Stalins Rusland bepaald een overmoedige daad was.Zinovjev leidde het leven van een zwerver, nu eens hier, dan weer daar, soms ook ontdekt door de autoriteiten maar dan toch weer vrijgelaten nadat hij slechts de helft van zijn levensverhaal vertelde, namelijk dat hij verwijderd was als student van het filosofisch instituut waar hij ingeschreven stond, maar verzweeg dat hij in de Lubjanka had gezeten. Operatie Barbarossa (de Duitse inval in de Sovjet-Unie) redde in zekere zin zijn leven. Hij werd gerekruteerd in het Rode Leger, vocht tegen Nazi-Duitsland en werd na de Tweede Wereldoorlog een gerespecteerd lid van de wetenschappelijke elite van de Sovjetmaatschappij.
Zinovjev verwierf bekendheid als logicus maar je zou hem met evenveel recht een ‘logisch socioloog’ kunnen noemen, iemand die ‘de wetten’ van de samenleving in hun logische samenhang wilde bestuderen en daarbij stuitte op de bizarre logica van het communisme, een communisme waarover hij verscheidene satires schreef, niet zozeer om het belachelijk te maken (hoewel hij dat deed) maar omdat hij het bijzonder ernstig nam.
De razendsnel geschreven, vuistdikke satire Gapende hoogten (Zinovjev vreesde ieder moment een inval van de KBG, zoals de geheime dienst inmiddels heette) kwam voort uit jarenlange frustratie over de primitiviteit van het verkondigde socialisme en zijn dogma’s onder het regime van Brezjnev. Vrijwel niemand heeft de lege leuzen, de loze beloften, de opportunistische carrièredrift en het bijbehorende ellebogenwerk uit het Brezjnev-tijdperk zo indringend beschreven als Zinovjev in dit boek. Zijn personages zijn dan ook geen personen maar typen (Flapuit, Lasteraar, Lid, Belletrist, Instructeur en nog veel meer). Die typen drukken uit: iedereen kan zo zijn, het communisme vormt de mens om tot een type – een verschillend type weliswaar maar een type.
Geen wonder dat Zinovjev in zijn werk beklemtoont dat het communisme niet getekend wordt door het land en zijn geschiedenis, maar dat omgekeerd het communisme het land en die geschiedenis naar de hand zet en een communistische mens schept, hoe ook zijn achtergrond is.
Het is intrigerend dat de regeerperiode van Brezjnev, die door zijn latere opvolger Gorbatsjov (foto) is weggezet als het tijdperk van de ‘stagnatie’, door Zinovjev enerzijds belachelijk werd gemaakt maar anderzijds als onontkoombaar en onafwendbaar werd beschouwd. Hoewel later, onder invloed van dezelfde Gorbatsjov en natuurlijk onder invloed van de ondergang van het Sovjetrijk, het regime van Brezjnev werd beschouwd als de inleiding tot de ondergang, stond Zinovjev ten tijde van de stagnatie bepaald niet alleen met zijn indruk dat het communisme onontkoombaar was.
Iemand als de respectabele Franse filosoof Jean-François Revel (foto) waarschuwde in 1976 in De totalitaire verleiding dat het Westen vatbaar was voor het communistische denken en was acht jaar later (in Waarom de democratieën sterven) zelfs zeer somber over de toekomst van de open samenleving die hij bedreigd zag door niet alleen de onverminderde aantrekkingskracht van de communistische ideologie maar ook door de kracht van de Sovjet-Unie en haar bondgenoten.
Anders dan Revel was Zinovjev niet pessimistisch maar beschouwde hij zichzelf als een realistisch waarnemer van het communisme. En wat niet iedereen meteen in de gaten had: hij koesterde, anders dan Revel, op een aparte manier sympathie voor het Brezjnev-communisme, ook al had dat hem uitgespuugd na de publicatie van Gapende hoogten en de voor het grote publiek toegankelijker roman De lichtende toekomst.
Die sympathie bleek na het aantreden van Gorbatsjov en diens pogingen via Glasnost (openheid) en Perestroika (herstructurering) de Sovjetmaatschappij om te vormen. In 1987 publiceerde Zinovjev een vlammend pamflet (Het Gorbatsjovisme of de macht van een illusie), waarin hij scherpzinnig liet zien dat het communisme niet te hervormen was, zeker niet met leuzen en al helemaal niet met de drooglegging van de Sovjetsamenleving, een van de eerste maatregelen (en blunders) van Gorbatjsov. En Gorbatsjovs gedachte dat de Sovjet-Unie terug moest grijpen naar Lenin (een gedachte die Nikita Chroesjtsjov ook al had geopperd in zijn destalinisatierede van 1956 – steeds als er crisis in de Sovjet-Unie was, kwamen de nieuwe leiders met aartsvader Lenin op de proppen) ontmaskerde hij als een illusie.
Aan scherpzinnigheid ontbrak het Zinovjev zoals gebruikelijk niet in dit essay. Maar wel aan empathie: na jaren van onderdrukking konden er eindelijk (hoe voorzichtig ook) taboes doorbroken en boeken gepubliceerd worden (onder meer de geweldige roman Kinderen van de Arbat van Anatoli Rybakov). Je zou zeggen: dat zou een intellectueel als Zinovjev toch moeten aanspreken. Maar nee: hij reageerde al even cynisch op Gorbatjsov als zijn tegenpool Solzjenitsyn (foto).
Beiden oordeelden dat er pas werkelijk van een omwenteling sprake was als hun boeken (Gapende hoogten, De Goelag Archipel) werden gepubliceerd. Op zichzelf geen vreemde gedachten, aangezien hun boeken als explosief werden beschouwd voor de legitimiteit van het communisme. Dat behoeft voor De Goelag Archipel geen betoog: dat werk liet als geen ander zien dat de grootschalige terreur niet pas met Stalin maar al met Lenin was begonnen. Het gevaar van het werk van Zinovjev werd door niemand anders verwoord dan door chef-ideoloog Michail Soeslov, die haarfijn aanvoelde dat Gapende hoogten een perfecte satire vormde op de even knullige als parmantige communistische ideologie.
Maar zowel Solzjenitsyn als Zinovjev lijken het niet te hebben kunnen zetten dat de razendsnelle veranderingen in de Sovjet-Unie buiten hen omgingen en bovendien van de communistische leiders zelf kwamen – iets dat beiden voor onmogelijk hadden gehouden. Solzjenitsyn meende dat de communisten gespeend waren van moreel besef, aangezien ze dronken uit atheïstische bron en daarbij met het marxisme een verderfelijke Westerse ideologie aan Rusland zouden hebben opgelegd.
Zinovjev lijkt, hoewel slachtoffer van de censuur ten tijde van Brezjnev, bezield te zijn geweest door een merkwaardig heimwee naar het communisme waarin hij tot aan zijn verbanning 55 jaar had geleefd en waarin hij – hoe eigenzinnig en tegendraads hij ook was – carrière had gemaakt. Na de ondergang van de Sovjet-Unie roemde hij het communistische experiment als een hoogtepunt in de Russische geschiedenis en noemde hij Stalin, die hij als jongeling wilde vermoorden, een groot man.
Wie enigszins vertrouwd is met zijn satires op en analyses van het communisme in de tijd (1976-1991) dat hij voor dissident doorging, kan niet verbaasd zijn geweest. Wat er ook kritiek op het communisme te lezen viel in zijn boeken (en die was heftig), diep in zijn hart is Zinovjev altijd communist gebleven, zoals hij zelf tegen het eind van zijn leven ook ruiterlijk toegaf.
Het maakt dat ik zijn boeken, hoe knap geschreven ook, altijd met enige reserve ter hand neem. Daarbij stemt zijn hermetische stijl mij niet altijd tot genoegen en kan ik zijn schermen met zijn ‘wetenschappelijke’ maatschappijanalyse niet altijd even serieus nemen. Hoe scherpzinnig die analyse dikwijls ook was, er school een heimelijk geloof achter in de lange duur van het communisme, ook al had dat het lelijke gezicht van Brezjnev en was het een communisme die tot zijn (Zinovjevs) verbanning had geleid.
Ook Zinovjev kreeg daardoor aan het eind van zijn leven een wat lelijk gezicht: als een soort geleerde uitgave van Vladimir Poetin leek hij vervuld van heimwee naar een grootse tijd, een tijd die hij eens belachelijk had gemaakt en waarin geen plaats voor hem was. Als de uitdrukking ‘vat vol tegenstrijdigheden’ op iemand van toepassing was, dan op Alexander Zinovjev.