Alan Bullock, historicus tussen Hitler en humanisme

alan bullock

Onlangs vroeg het historisch radioprogramma OVT me een historisch boek te bespreken in de serie ‘Het laatste woord. Boeken die geschiedenis maakten’. Het gekozen boek moest nadrukkelijk een historische studie zijn. Ik koos onmiddellijk voor Alan Bullocks Hitler. A Study in Tyranny (1952), een jaar later in het Nederlands uitgegeven door Bruna onder de titel Hitler. Leven en ondergang van een tiran. Het programma is hier terug te luisteren: https://www.nporadio1.nl/podcasts/het-laatste-woord/13088/afl-1-hitler-leven-en-ondergang-van-een-tiran Ik las zijn Hitler-biografie als beginnend student en was direct gegrepen door de krachtige stijl, heldere oordelen en de onovertroffen epiloog. Voor de gelegenheid verdiepte ik me nog eens in het oeuvre van Bullock, die zich vooral toelegde op de geschiedenis van zijn eigen tijd, de 20e eeuw. Hoewel hij zijn roem oogstte als biograaf van Hitler (en Stalin) is een ander deel van zijn werk betrekkelijk onbekend. Bullock schreef uitgebreid over de humanistische traditie in het Westen en hechtte aan de ‘vitaliteit van de Westerse beschaving’, om met de titel van de afscheidsoratie van Pieter Geyl te spreken. Bullock wees niet alleen op de donkere maar ook op de lichte zijde van de afgelopen eeuw, die gekenmerkt werd door deportatie en massamoord maar ook door enorme technische vooruitgang en welvaart.

Braudel

Ik beken het maar onmiddellijk: deze Britse historicus is een van mijn helden. Er zijn historici die spraakmakender genoemd kunnen worden dan hij zoals zijn collega A.J.P. Taylor in Oxford. Bullock was daarbij geen vernieuwer van het vak, zoals zijn Franse tijdgenoot Fernand Braudel (foto). De Franse historiografie werd door hem trouwens met gepast wantrouwen bekeken, zo bleek uit de lezing Is History becoming a social science? (1977), waarin hij aan de hand van de figuren Hitler en Stalin demonstreerde dat geschiedenis in laatste instantie nooit een meetbare wetenschap kan zijn, maar altijd beïnvloed zal worden door onvoorspelbare mensen en hun machtige grillen. De kracht van Bullocks oeuvre is dat het uitblinkt in gezond verstand en getuigt van wijsheid, tot uitdrukking komend in even krachtige als genuanceerde oordelen over mensen en tijden die hij altijd met gevoel voor de historische verhoudingen van die tijd beschreef.

itrevor001p1

Alan Louis Charles Bullock (die in zijn boeken altijd uitsluitend zijn eerste voornaam gebruikte) werd in 1914 geboren in Trowbridge in Zuid-Engeland. Hij was een jaargenoot van de historici Hugh Trevor-Roper (foto), Loe de Jong en van de theologe Hebe Kohlbrugge, om maar enkele zeer uiteenlopende figuren te noemen. Zij hadden allemaal een ding gemeen: dat hun leven gestempeld werd door de Tweede Wereldoorlog die uitbrak toen ze ruimschoots de jaren des onderscheids hadden bereikt. Bullock was het enig kind van Frank Bullock, een tuinman die een roeping kreeg en de tuin verruilde voor de kansel. Hij werd predikant. Geen gewoon predikant, maar unitair predikant. Dat wil zeggen: hij geloofde niet in het dogma van de drie eenheid van ‘Vader, Zoon en Heilige Geest’, zoals de grote christelijke kerken leerden, maar in één God. Jezus wordt door veel christenen niet alleen als de zoon van God beschouwd maar ook als ‘god-mens’. Niet door de unitariërs, die Jezus de goddelijke status ontzeggen.

alan bullock 1

In hoeverre Bullock christelijke invloed heeft ondergaan van zijn vader is niet geheel duidelijk. Alan Bullock (foto) heeft in zijn werk geen geloofsbelijdenis nagelaten, maar wel oordeelde hij positief over het christelijk humanisme van iemand als Erasmus, wiens speelsheid en spot hij waardeerde. Het contact met zijn vader lijkt vooral intellectueel van aard te zijn geweest. Frank Bullock, hoewel een soort selfmade man, schijnt een zeer ontwikkeld man te zijn geweest die, als je de obituary’s mag geloven, op iedereen die met hem te maken kreeg een diepe indruk maakte.

Hoezeer ook op zijn vader gesteld, Alan Bullock trad niet in zijn voetsporen. Zijn belangstelling ging meer uit naar de studie der klassieken dan naar het christendom. Hij studeerde begin jaren dertig bij de befaamde oudhistoricus Ronald Syme, auteur van onder meer The Roman Revolution en van een (tweedelige) biografie van de Romeinse historicus Tacitus. In Bullocks werk als contemporain historicus zijn met enige regelmaat verwijzingen naar de Oudheid te vinden, de liefde voor de klassieken lijkt hem nooit te hebben verlaten.

NPG x170989; Sir (Frederick) William Dampier Deakin by Bassano

Hij combineerde studie van de Oudheid met de studie der moderne geschiedenis, die in zijn tijd tot zijn geboortejaar 1914 liep – de Britse historiografie van die dagen achtte de Eerste Wereldoorlog en alles wat daarna kwam nog te dichtbij om met distantie te (kunnen) bestuderen. Hij moet zijn opgevallen als een talent, want hij werd na zijn afstuderen ingeschakeld als assistent door Winston Churchill die destijds als ‘gewoon’ parlementariër werkte aan zijn A History of the English Speaking Peoples. Saillant detail: zijn boezemvriend F.W. (William) Deakin (foto), die in 1962 een vuistdikke studie zou wijden aan de verhouding tussen Hitler en Mussolini onder de titel The Brutal Friendship,  volgde Bullock na de Tweede Wereldoorlog op als assistent van Churchill en verrichtte veel werk voor diens memoires van de Tweede Wereldoorlog, waarvoor de oud-premier in 1953 de Nobelprijs voor literatuur zou ontvangen (al was die prijs vooral een uiting van dankbaarheid voor zijn vooropgaan in de strijd tegen het nazisme).

Masterman

Bullock zou in de oorlog voor de BBC werken en dan speciaal voor de afdeling die gericht was op uitzendingen in Europa. Dat is niet onbelangrijk, want Bullocks belangstelling als historicus zou na 1945 minstens zozeer uitgaan naar de Europese als naar de Britse geschiedenis. In 1945 kwam hij als jong historicus te werken in Oxford, de universiteitsstad die hij tot aan zijn dood trouw zou blijven. De eigentijdse geschiedenis werd zijn onderwerp maar hij moest in Oxford wel een heel gevecht leveren met de excentrieke en invloedrijke docent moderne geschiedenis J.C. Masterman (later bekend als controversieel detectiveschrijver) om die eigentijdse geschiedenis aan het curriculum toe te voegen. Masterman (foto) zei dat Bullock beter kon stoppen als historicus als hij studie van de Republiek van Weimar en het Derde Rijk wilde maken – de onderwerpen zouden te contemporain zijn.

hitler-a-study-in-tyranny

Bullock stopte echter niet en zette eigenhandig de contemporaine geschiedenis op de kaart met zijn biografie over Hitler in 1952. Voor de radio-uitzending heb ik nog eens grote delen van het boek gelezen en ik verbaas me hoeveel er nog van klopt, ook al is er een ruime halve voorbij gegaan waarin zoveel meer over Hitler en zijn Derde Rijk bekend is geworden. Bullock had ook flink wat bronnen tot zijn beschikking (Mein Kampf, toespraken van Hitler, memoires van andere hoofdrolspelers en vooral de verslagen die werden opgetekend tijdens het Proces van Neurenberg) maar wie zo kort na de oorlog uit dit toch fragmentarische materiaal zo’n overtuigend en scherpzinnig portret van Hitler en zijn tirannie weet te schetsen mag met recht een groot historicus worden genoemd.

Study in Tyranny

Hitler. A Study in Tyranny kent een eenvoudige opbouw. In drie ‘boeken’ wordt Hitlers leven chronologisch geschetst: partijleider 1889-1933, kanselier 1933-1939 en ten slotte de oorlogsleider 1939-1945. Het enige hoofdstuk dat afwijkt van de chronologie zit precies in het midden van het boek. Onder het kopje ‘dictator’ schetst Bullock een beeld van de ‘mens’ Hitler, waar hij daarvoor en daarna vooral diens politieke leven heeft beschreven, met uitzondering natuurlijk van de eerste dertig jaar van dit meest opmerkelijke leven van alle levens, toen Hitler nog een naamloze was. Het spreekwoord dat eenvoud het kenmerk van het ware is gaat hier wonderwel op. De lezer wordt meegesleept door dit bizarre leven en komt even op adem bij de scherpzinnige interpretatie in het midden van het boek om daarna weer in sneltreintempo naar het einde te razen.

En dan wacht nog de schitterende epiloog van het boek. Die epiloog telt slechts enkele pagina’s maar is zo goed geschreven en roept een zo krachtig en zelfs dramatisch beeld op van de Duitse en Europese geschiedenis tussen 1789 en 1945 dat het de mooiste epiloog is die ik ooit onder ogen kreeg. Die epiloog is na 1952 overigens wel herschreven. Later onderzoek wees uit dat Hitler niet alleen de machiavellist was die Bullock dacht: uitsluitend gedreven door nihilistische machtsdrift. Bullock baseerde zich sterk op het (overigens intrigerende) boek Die Revolution des Nihilismus van Hermann Rauschning (1938)  en op diens Gesprekken met Hitler (1939), dat naderhand een vervalsing is gebleken.

Origins

In 1952 was dat nog onbekend. A Study of Tyranny was een adembenemende prestatie en dat werd alom erkend. Onder meer door A.J.P. Taylor, die oordeelde dat Bullock zich met de biografie in één klap tot een van de belangrijkste contemporaine historici had ontpopt. Dat is niet zonder ironie, want het was juist Taylor die met The Origins van the Second World War (1961) Bullock noopte tot (gedeeltelijke) herziening van diens visie op Hitlers veronderstelde nihilisme. The Origins van the Second World War veroorzaakte enorme ophef in de historiografie. Taylor beschouwde de hoofdrolspelers aan de vooravond van Tweede Wereldoorlog als gelijkwaardige spelers met een gelijke inzet. Zowel de democratische landen Engeland en Frankrijk als de dictaturen nazi-Duitsland en Italië zouden dezelfde diplomatieke inzet hebben gehad door gebruik te maken van de zwaktes van de ander zonder dat er een masterplan aan hun diplomatieke handelen ten grondslag zou liggen.

Last Days of Hitler

Hugh Trevor-Roper, auteur van het vroege standaardwerk The Last Days of Hitler (1947) had al vroeg betoogd dat Hitler wel degelijk een samenhangende wereldbeschouwing had, namelijk een streven naar Lebensraum met daaraan gekoppeld de uitroeiing van de ‘minderwaardige’ Joden die in Oost-Europa ruimte moesten maken voor het ‘Arische’ ras. In de heftige discussie tussen Taylor en Trevor-Roper (des te heftiger omdat er ook oneigenlijke motieven meespeelden: hier polemiseerden twee elitaire Engelse ‘kostschooljongens’ die elkaar niet konden uitstaan) koos Bullock ondubbelzinnig partij voor Trevor-Roper.

Taylor

Hij herzag zijn beschouwingen over de buitenlandse politiek en concludeerde op 22 november 1967 in een lezing dat Hitler de ‘primaire verantwoordelijkheid’ droeg voor het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog. Bullock bevestigde dus op goede gronden de consensus die na het Proces van Neurenberg al was gegroeid. In een artikel over A.J.P. Taylor (foto) roemde de Leidse historicus H.L. Wesseling diens bijdrage aan het debat over het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog. Zonder Taylor, aldus Wesseling, zou dat debat nooit op gang zijn gekomen. Maar dat is toch echt teveel eer voor de provocateur Taylor, wiens provocatie over de Tweede Wereldoorlog er net een teveel was. Hoeveel argumenten hij ook te berde bracht over de andere hoofdrolspelers, inzake Hitler zat Taylor er finaal naast – en hij moet dat welhaast geweten hebben maar zijn vakbroeders op de kast hebben willen jagen. Dat lukte niet bij Bullock, die hem rustig en weloverwogen antwoordde. Misschien daarom dat Taylor het contact met hem verbrak: Bullock begaf zich niet met dezelfde heftigheid in de polemiek als Trevor-Roper die zich steeds door Taylor liet provoceren.

bevin

Het zou Bullock intussen beslist geen recht doen hem te typeren als een historicus van de Tweede Wereldoorlog. Hij was meer dan dat. Hij schreef een driedelige biografie van Ernest Bevin [foto] (1881-1951), voor de Tweede Wereldoorlog een vooraanstaand vakbondsleider, tijdens de oorlog minister van Arbeid en na de oorlog tot aan zijn dood minister van Buitenlandse Zaken. Ik heb die boeken niet gelezen, maar denk op voorhand dat drie delen teveel zijn, zeker voor een man die, anders dan Hitler, geen stempel op de geschiedenis heeft gedrukt. Terwijl Bullock Hitler wel in één deel wist te vangen, lukte hem dat bij Bevin niet.

Omdat Bevin zijn held was? Vermoedelijk. De gematigd linkse, overtuigde anticommunist Bevin, die aan de wieg stond van de NAVO, had wel iets met Bullock gemeen. Ook  Bullock was in politiek opzicht een gematigd man, die links van het midden stond, met sympathie voor Labour maar ook met een uitgesproken hang naar individuele vrijheid die hem dicht bij het liberalisme bracht. Van de liberale traditie in Groot-Brittannië was hij een groot kenner, zoals mag blijken uit het door hem al vroeg (in 1956) uitgegeven boek The Liberal Tradition. From Fox tot Keynes, dat hij voorzag van een stevige inleiding.

bullock humanist

Maar het was vooral zijn boek The Humanist Tradition in the West, dat bewees dat Bullock meer was dan een auteur over het duistere continent Europa in eerste helft van de twintigste eeuw. Bullock gaf in januari en februari 1984 een aantal lezingen over verleden en toekomst van het humanisme, van de Renaissance tot in de twintigste eeuw. Het waren academische maar ook persoonlijke lezingen, waarin hij duidelijk maakte waar hij stond. Bullock was geen radicale humanist zoals zijn landgenoot Bertrand Russell, die zich alleen een atheïstisch humanisme kon voorstellen. Misschien was het de opvoeding van zijn vader die hem het christelijk humanisme deed verdedigen, in elk geval rekende Bullock ook humanistisch gezinde christenen en andere ‘spirituelen’ tot de brede stroom van humanisme, dat wil zeggen: tot hen die een open oog hadden voor de mogelijkheden en kwaliteiten van de mens, zonder diens gebreken en soms regelrechte kwaadaardigheid te miskennen. Kwaadaardigheid miskennen was ook niet denkbaar voor een man die zoveel studie maakte van dat kwaad in de vorm van Hitler en het Derde Rijk.

KarlBarth

Wel trok Bullock in The Humanist Tradition in the West een lijn tussen humanisme en het gereformeerd protestantisme. Luther, Calvijn en hun twintigste-eeuwse nazaat Karl Barth (foto), met hun sterke beklemtoning van het onvermogen en ‘zondigheid’ van de mens, werden door hem afgewezen. De van oorsprong oudheidkundige beschreef met veel sympathie het teruggrijpen naar de klassieken door vertegenwoordigers van de Renaissance en de Verlichting. Aan de christelijke Middeleeuwen ging hij geheel voorbij, wat veelzeggend mag heten: zijn sympathie ging uit naar hen die in de mens een mogelijkheid bleven zien.

Dat Bullock getypeerd kan worden als een historicus tussen Hitler en humanisme, maakte hij in 1971 nog eens duidelijk in het door hem geredigeerde en schitterend geïllustreerde overzichtswerk The Twentieth Century, dat bij Thames en Hudson verscheen als laatste deel in een ‘eeuwenserie’. Hij beschreef de twintigste eeuw als ‘een prometheïsch tijdperk’ dat zowel Hitler en Stalin als de maanlanding had voortgebracht en voegde eraan toe niet in een andere eeuw te hebben willen leven.

Twentieth century

Hoewel Bullock besefte dat Europa haar centrale plaats in de geschiedenis door en na de Tweede Wereldoorlog kwijtgeraakt was, beklemtoonde hij niettemin de wereldhistorische betekenis van het continent. Er sprak een voorzichtige hoop op Europese eenheid uit The Twentieth Century, wat niet alleen verraadt dat Bullock een genuanceerd en terughoudend historicus was, maar ook een historicus die – in navolging van zijn Nederlandse vakgenoot Pieter Geyl, met wie hij enige brieven wisselde – een geharnast tegenstander was van deterministisch denken over geschiedenis. Bullock was ervan overtuigd dat de toekomst open lag.

Parallel lives

Zijn gelijk bleek in 1989 toen de 75-jarige Bullock volkomen onverwacht de ineenstorting van het communistische Oostblok beleefde. Hij was in de jaren tachtig al begonnen aan een studie van Hitler en Stalin, de figuren die zijn eerste veertig levensjaren zo overschaduwden en die hem bleven boeien. ‘Parallelle levens’ noemde hij zijn boek, waarmee opnieuw teruggreep naar zijn klassieke scholing en verwees naar de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Plutarchus (ca. 46-120) die in de Oudheid een geschrift met die titel de wereld ingezonden had. Hitler en Stalin. Parallel Lives, dat gepubliceerd werd in het jaar van de ondergang van de Sovjetunie (1991), mag inmiddels alweer achterhaald zijn omdat door de (tijdelijke) openstelling van de Sovjetarchieven in de jaren negentig veel nieuw materiaal boven water is gekomen – het boek heeft nog niets aan kracht ingeboet. En dat is opnieuw te danken aan Bullocks krachtige en overtuigende kritische duiding van Hitler en Stalin. De opbouw is dezelfde als in zijn Hitler-biografie uit 1952 : chronologisch, met in het midden van het boek een meesterlijke vergelijking tussen de twee dictatoren.

Nadat hem in een interview schertsend eens de onmogelijke vraag was voorgelegd met wie hij liever een weekend doorbracht, met Hitler of Stalin, antwoordde hij gevat maar ook met veel inzicht in de aard en het karakter van de beide dictatoren: ‘Met Hitler. Het zou extreem vervelend zijn, maar je had een grotere kans levend terug te keren dan bij Stalin’. Als gezegd: het is een onmogelijke vraag, gezien de rassenhaat en moorddadigheid van Hitler. Maar wie niet Joods of links was (de meerderheid van de Duitse bevolking was dat niet) kon betrekkelijk ongestoord leven in het Duitsland tussen 1933 en 1939, terwijl iedereen (ook zij die niet Russisch waren) die in de jaren dertig in de Sovjet-Unie leefde  zijn leven niet zeker was.

stern_hitler_dagboeken

Bullock doorgrondde zijn eigen tijd als weinig anderen en vergiste zich nooit in grote kwesties. Hij liet zich nooit het hoofd op hol brengen door Hitler, met wie hij door zijn voortreffelijke boek altijd in één adem zal worden genoemd. Terwijl Taylor Hitler (al dan niet bij wijze van provocatie) in de jaren zestig verkeerd taxeerde en Trevor-Roper twintig jaar later de vervalste dagboeken zijn goedkeuring verleende, daar bleef Bullock koers houden. Met gezonde scepsis vroeg hij zich af hoe Hitler na de aanslag op zijn leven op 20 juli 1944, waarbij hij gewond raakte aan zijn arm, in zijn ‘dagboek’ kon schrijven over de aanslag. Bullock riep op tot een grondig onderzoek naar de dagboeken. Dat onderzoek kwam er en liet geen spaan heel van de hype die door het weekblad Stern en vervalser Kujau op touw was gezet (foto).

bullock

Bullocks gezonde scepsis, zijn grote kennis van en bezonken oordeel over de duistere zijde van de twintigste eeuw en niet minder: zijn even grote inzicht en geloof in de menselijke mogelijkheden – het maakt van Bullock een ideaal historicus. Hij stierf in 2004, in de leeftijd van 89 jaar. Hij maakte nog net de aanslagen op de Twin Towers mee maar niet de Brexit. Deze verklaarde aanhanger van de Westerse beschaving en deze Engelse Europeaan zou in beide gevallen treurig en meewarig het hoofd hebben geschud maar dan wel in de vaste overtuiging dat de toekomst onvoorspelbaar is.